Aleppo delicatesse – Selahattin Demirtaş

 

“Ik was verkeerd, het leven duurt zeer lang …”

Is er iets vreemds aan de gang? Ik denk het niet. Het is het Midden-Oosten zoals gewoonlijk. Ergens blazen zielloze levende bommen zichzelf op, tientallen aan flarden gereten lichamen in hun kielzog achterlatend, een verpauperde marktplaats tot puin herleid.

Het dodentol is 68, voluit geschreven achtenzestig.

De explosie van drie dagen geleden nam er 43. Ik vraag me af of de dood in werkelijkheid iets alledaags is, normaal, en of wij het zijn die overdrijven en er iets uitzonderlijks van maken? En toch, mensen sterven – velen van hen, trouwens. Een bom die op het middaguur ontploft in Aleppo lijkt niet hetzelfde effect te hebben op de Australiërs die op datzelfde moment samenkomen om te lunchen in de restaurantjes van Sydney. En de mensen die zich in Toronto naar hun werk haasten, zullen het nieuws nog niet gehoord hebben. Ze zullen het snel genoeg vernemen, maar de meesten van hen zullen het bekijken als een “gewone” ontploffing, niet eens de moeite om iets over te lezen. De dichtstbijzijnde stad van Aleppo is Hatay. De bevolking van Hatay woont zo dicht bij Aleppo dat ze, als ze er genoeg aandacht aan zouden besteden, de explosies met hun eigen oren zouden kunnen horen.

De mezze’s van Hatay zijn befaamd, de schotels rijk. Zichzelf bedienend van de volledige culturele erfenis van deze oeroude regio, ontbreekt het de keuken van Hatay aan niets. Wat de Arabieren, Armeniërs, Assyriërs, Turkmenen, Koerden, Turken, Perzen en Grieken doorheen de geschiedenis ook aten of dronken, de bevolking van Hatay nam er nota van, voor het geval ze het ooit nodig zouden hebben. En ze hebben het elke dag nodig natuurlijk. Wie ooit door Hatay reist zonder te proeven van haar verfijnde smaken, mist veel.

68 verloren levens

De lekkerste schotel die de Arabieren van Hatay klaarmaken – we zouden deze zelfs een echt kunstwerk kunnen noemen – is de Arabische kebab. Je moet echt de kebab eens proeven in het sjofele restaurant in de Oude Bazaar. Meester Hamdullah, de chef-kok, lijkt op een levensechte versie van het type naïeve winkelier dat je zo vaak in romans tegenkomt. Naarmate zijn naam en faam groeiden, begon Meester Hamdullah steeds meer toeristen te lokken. Die situatie moet onze held een beetje zenuwachtig gemaakt hebben, aangezien hij vier of vijf bomen in plastieken potten kocht, die hij rond zijn restaurantje uitstalde om het wat meer allure te geven. Sadrettin de kapper, die zijn salon aan de overkant van de straat openhoudt, had hem dat idee gegeven. “Waarom update je het concept niet wat meer, broeder,” had Sadrettin tegen hem gezegd, “nu de toeristen in onze straat beginnen toestromen. Als alle winkeliers hun winkels wat opsmukken, dan kunnen we een toeristische attractie worden, geloof me maar.” Meester Hamdullah had het idee ter harte genomen en zo waren de plastieken bomen er gekomen. Het eten bleef hetzelfde, maar nu kon je tussen het groen eten, genietend van de sfeer van een bosrijke omgeving. En toch, de artificiële bomen vloekten een beetje – zoals je wel kunt raden, waren ze gemaakt van goedkope nylon. Zodra ze stof begonnen te verzamelen, creëerden ze het tegenovergestelde van de beoogde sfeer, desalniettemin, het eten is er nog steeds uitstekend.

68 dode zielen

Er is maar één ober in het restaurant. De zeven tafels bedienen is een koud kunstje voor hem. Hij blijkt de neef te zijn van Meester Hamdullah. Hij is al negentien jaar de ober van dienst, al sinds hij nog een kind was. Zijn naam, Bereket, betekent ‘overvloed’. Bereket heeft twee kinderen, zijn vrouw stierf vorig jaar in een verkeersongeluk. Technisch gezien was het een verkeersongeluk, maar het was niet zo dat ze te snel reed en over kop ging of zo. Een stadsbus ramde haar auto en de arme vrouw gaf ter plekke op straat de geest. Een armzalig accident dat een armoedzaaier het leven koste. Bereket is heel toegewijd aan zijn werk en aan zijn meester. Hij kwijt zich ijverig van zijn taak. Bereket serveert elke schotel met een esthetische meesterlijkheid, alsof het een kunst is, enkel en alleen om een glimmer van plezier te mogen ontwaren in de ogen van de klanten. Alles proeft er heerlijk, maar vooral de vleesgerechten zijn verrukkelijk.

68 gebroken lichamen

De prijzen zijn verrassend goedkoop. We aten er met z’n drieën, proefden de hartige en de zoete gerechten, en stuurden bijna de rekening terug omdat we dachten dat er een fout in het spel was. Wat me het meest verbaasde aan Meester Hamdullah was zijn kalmte. Het deed er niet toe hoe druk het werd in zijn restaurantje, hij bleef onverstoord de borden vullen met de bestellingen en gaf deze over de toonbank aan Bereket zonder de minste verandering in zijn gelaatsuitdrukking. Ooit ging ik drie keer op een week eten bij Meester Hamdullah en er veranderde nauwelijks iets aan deze scène.

Meester Hamdullah heeft zijn wortels in Aleppo. Zijn grootvader had zich in Hatay gevestigd, waar ze ondertussen al meer dan zestig jaar wonen. Van grootvader op vader werden ze in Hatay bekend als restauranthouders. Zijn nonkel had een textielwinkel in de historische soek van Aleppo. Voor de oorlog gingen ze dikwijls over en weer en brachten elkaar regelmatig een bezoek. Toen de oorlog uitbrak, sloegen zijn nonkel en verwanten op de vlucht, zoals zovelen, en zochten een veilig onderkomen bij hun familie in Hatay. Meester Hamdullah zette een tent op in de tuin van zijn huis, dat twee verdiepingen telde, en in totaal namen 48 mensen er hun intrek. Gezien de omstandigheden moest Meester Hamdullah de huurder van de benedenverdieping verzoeken om te verhuizen, waarna ze een beetje comfortabeler woonden. Hamdullah was nooit getrouwd. Toen hij als kind met zijn vader Aleppo bezocht, leerde hij er zijn nichtje Rukiye kennen en hij werd wanhopig verliefd op haar. Nadat ze op zestienjarige leeftijd uitgehuwelijkt werd aan iemand anders, werd hij nooit meer verliefd.

Nu verblijft Rukiye in een kamer op de benedenverdieping van Hamdullahs huis, samen met haar twee kinderen en haar echtgenoot. Elke ochtend sprint hij het huis uit om haar niet te moeten tegenkomen. Rukiye is hem evenmin vergeten, maar er valt niets aan te doen. Ze is nog steeds mooi. Hij kan zichzelf er niet toe dwingen om haar aan te kijken, noch kan hij genoeg van haar zien. Wat we “zien” noemen, was in werkelijkheid niet meer dan een gestolen blik van enkele seconden tijdens hun vruchteloze ontmoetingen om de zoveel dagen. Hamdullah was onrustig, alsof ze met een eenvoudige “Kom op!” samen zouden kunnen weglopen en alles achterlaten, alsof ze samen een dergelijk plan gesmeed hadden en dat voor iedereen verborgen hielden.

68 doden, man!

Zo kwam het dat hij het huis zoveel mogelijk meed, hij kwam pas nadat iedereen was gaan slapen stilletjes thuis en sloop naar bed. Hij was doodsbang dat één van hen zou merken wat hij stiekem bij zichzelf dacht. Bang dat de vlammen van zijn liefde voor Rukiye, die na zovele jaren gretig herop flakkerden, duidelijk zichtbaar waren, staakte hij zelfs zijn zeldzame conversaties met Bereket.

Laat niemand het merken, maar mogen die vluchtig gekruiste blikken, mag de kamer onder de zijne groeien met elke voorbij strijkende nacht en zijn verstomde wereld omhelzen en hem in slaap dragen. Is het een kwelling of geluk te weten dat ze ademhaalt in deze bijenkorf van achtenveertig mensen? Deze vraagt kent geen antwoord. Het is zoals ze zeggen; wat is er uit de hemel gevallen dat de aarde niet ontvangen heeft?

Dus daar zijn ze: onder hetzelfde dak zoveel jaren later. Hoe je ook probeert, je zult de vogel van de hoop, die zich daar op het dak nestelt, onmogelijk het zwijgen kunnen opleggen. Overdag is het eenvoudig om die luidruchtige vogel te verjagen. Maar zodra je alleen in je bed ligt en je ogen in stilte sluit, probeer hem dan maar eens te laten zwijgen. Zelfs de slaap biedt geen ontsnappen. Die vogel is nog brutaler en schaamtelozer in je dromen. Het ergste is dat je verplicht bent om wakker te worden en een nieuwe dag te beginnen. Wat als hij nog even bleef liggen. Misschien slechts een paar seconden deze ochtend …

Nee! …

De soek van Aleppo, waar ze aan de stalletjes niets anders meer verkopen dan melancholie – bevroren zoals in een film. Sinds de oorlog begon, hebben de markten er geen vreugde meer, geen kleuren en geen geuren. Nu zijn het plekken waar restjes voedsel gekocht en verkocht worden, om te eten of te voeden, uit noodzaak; winkel na winkel als zielloze ziekenhuiskamers. Achtenzestig aan flarden gereten menselijke lichamen. Onder hen, Rukiye. Twee dagen geleden hadden zij en haar man hun kinderen achtergelaten in Hatay en waren ze naar hun huis in Aleppo teruggekeerd om nog wat spullen op te halen. Ze waren naar de soek gegaan om iets te kopen voor het avondeten. De künefe van Hatay is eveneens beroemd (een zoet kaasdessert, nvdr.).

“Allahu akbar!” had de marktmoordenaar geroepen waarna hij zichzelf opblies. Terwijl het lichaam van Rukiye in Aleppo aan flarden gerukt werd, was Meester Hamdullah naast zijn restaurant aan het bidden op zijn houten gebedsmat. Hij had net “Allahu akbar” gefluisterd en was neergeknield toen hij een pijnsteek voelde in zijn borst. Ervan uitgaand dat het slechts zijn oude leeftijd was, had hij de pijn weggewuifd.

De smaak van de künefe hangt af van de kaas. En natuurlijk van de speciale kooktechniek in Hatay. Wanneer zijn klanten erom vragen, laat Meester Hamdullah de künefe halen bij Meester Cemil, de meester-künefe-maker van de winkel naast de deur. Hamdullah kan zelf ook heerlijke künefe maken, maar opdat men niet zou zeggen dat hij uit is op het fortuin van anderen, is hij gestopt met zelf künefe te maken van zodra de künefe-winkel naast hem openging. Maar als je zegt: “Nee, ik ga de beste künefe eten uit Hatay” dan kan je je buik rond eten in de beroemde Hatay Künefe-winkel op de markt.

De man van Rukiye had haar weten herkennen en kunnen verzamelen wat overbleef van haar lichaam door de stukjes van haar jurk die eraan vastplakten. Meester Hamdullah kon het niet opbrengen om naar haar begrafenis te gaan, noch om haar graf te bezoeken. Een dag nadat ze begraven was, deed Hamdullah de deur van het restaurant van binnenuit op slot en slikte alle pillen en siropen die hij in het medicijnkastje kon vinden. Het restaurant bleef drie dagen gesloten, in rouw.

Vandaag houdt Bereket het restaurant open. Cuma, de man van Rukiye, werkt als ober voor Meester Bereket. De twee kinderen van Rukiye lopen rond en houden het restaurant netjes. Mocht je er toevallig op doorreis zijn, ga dan zeker eens langs bij Meester Bereket, en als je de gelegenheid hebt er te eten, dan moet je dat zeker doen – de Arabische kebabs zijn er nog steeds overheerlijk.

De keuken van Aleppo is tenslotte eeuwenoud.

Selahattin Demirtaş

HDP-covoorzitter
Gevangenis van Edirne

Selahattin Demirtaş is parlementslid en covoorzitter van de Democratische Partij der Volkeren (HDP). Demirtaṣ begon zijn politieke carrière als mensenrechtenadvocaat. Hij was voorzitter van de afdeling van Diyarbakır van de Mensenrechtenassociatie (İHD) en onderzocht door de staat goedgekeurde gedwongen verdwijningen, kidnappings en politieke moorden. Hij was tevens medeoprichter van de Mensenrechtenstichting van Turkije (TİHV) en de Diyarbakır-afdeling van Amnesty International. In 2007 werd hij voor het eerst als onafhankelijke kandidaat verkozen tot het Turkse parlement en sindsdien zetelde hij voor verschillende pro-Koerdische partijen. In 2014 werd de HDP opgericht als een linkse, pro-Koerdische coalitiepartij. Onder het co-voorzitterschap van Demirtaṣ en Figen Yüksekdağ behaalde de HDP bij de verkiezingen van 7 juni 2015 dertien procent van de stemmen. In november 2016 werden de beide covoorzitters samen met negen andere parlementsleden gearresteerd. 

Dit kortverhaal dat Selahattin Demirtaş schreef in de gevangenis van Edirne verscheen op 26 december 2016 in de krant Cumhuriyet onder de titel “Halep Ezmesi”. Nicholas Glastonbury vertaalde het voor PEN naar het Engels onder de titel “Aleppo Mince”. Vertaling naar het Nederlands door Kristel Cuvelier, stafmedewerker Koerdisch Instituut vzw.

 

 

© 2014 KIB |Jindar Multimedia

Scroll to top