De (niet meer zo) ijzeren greep van Damascus – Toon Lambrechts

Gepubliceerd door Mo* Mondiaal Nieuws op 25 Februari 2017

Terwijl men in Geneve zich zonder al te veel enthousiasme opmaakt voor een zoveelste vredestop lijkt president Bashar al-Assad opnieuw stevig in het zadel te zitten. Maar schijn bedriegt. Want de eigen militaire slagkracht is versplinterd. Toon Lambrechts sprak met Aymenn Jawad al-Tamimi, onderzoeker aan het Middle East Forum en het Gobal Research in International Affairs Center, over de tientallen milities die min of meer trouw zijn aan het regime, maar een ernstig obstakel vormen voor een eventuele oplossing van de Syrische burgeroorlog.

Kaarten dienen om te verduidelijken. Maar evengoed kunnen ze misleiden, of ronduit liegen. Neem Syrië. Elke dag wordt de kaart van wie welk gebied onder controle heeft netjes bijgewerkt. Zwart voor IS, geel voor de Koerden, groen voor het kluwen aan gewapende oppositiegroepen. En rood, dat staat voor het Assad-regime.

In realiteit is het onmogelijk een uiterst complex geopolitiek conflict zoals de Syrische burgeroorlog in een kaart te gieten. Dat de gewapende oppositie een allegaartje van fracties vormt in een steeds veranderde constellatie van allianties en conflicten waar een kat haar jongen niet in terug vindt, is geweten. Maar het regime is evengoed verbrokkeld geraakt. Het rode gebied op de kaart lijkt in werkelijkheid meer op een lappendeken van koninkrijkjes en krijgsheren.

Het Syrische leger, dat na bijna zeven jaar strijd volledig op zijn tandvlees zit, deelt het slagveld met een kluwen aan milities die elk hun eigen agenda volgen. Een deel komt van buiten Syrië, maar evengoed gaat het om strijders onder het bevel van Syrische zakenmannen, criminelen, of gewapende groepen gelieerd aan politieke fracties of etnische minderheden. De desintegratie van het regime is dermate vergevorderd dat de vraag rijst of er nog wel zoiets bestaat als “het Assad-regime”.

Lonen uit Damascus

Deels wel, aldus Aymann Jawad al-Tamimi. Hij is verbonden als onderzoeker aan het Middle East Forum en bestudeert al jaren het Syrische regime. ‘Er bestaat nog zoiets als een staat, met relevante staatsinstituties. Het regime betaalt bijvoorbeeld de lonen van ambtenaren en leerkrachten. Niet alleen in het stuk van Syrië dat het onder controle heeft, ook in sommige rebellengebieden, zoals de Koerdische regio’s.’

‘Voor het regime is dit een manier om er een voet aan de grond te houden. Hoe langer het conflict aansleept, des te meer de staatsinstituties afbrokkelen, maar voorlopig bestaat er nog wel zoiets als een min of meer functionerende Syrische staat.’

‘De militaire situatie is een heel ander verhaal. Sinds het begin van de burgeroorlog zijn er een hele hoop verschillende fracties opgedoken die dan wel meevechten aan de kant van het regime, maar tegelijk hun eigen agenda volgen en proberen een eigen invloedssfeer te veroveren in het gebied dat nominaal onder controle van het regime valt. Er zijn er duidelijke breuklijnen tussen de verschillende actoren die je zeker niet maar onder een noemer kan vatten.’

Aymenn Jawad al-Tamimi is als onderzoeker verbonden aan het Middle East Forum en het Global Research in International Affairs Center (GLORIA). Hij publiceert onder andere in The Huffington Post, Foreign Affairs en de Israëlische krant Ha’aretz.
De focus van zijn onderzoek ligt op gewapende groepen actief in het Midden-Oosten die buiten het staatsgezag vallen. Hij geldt als autoriteit als het gaat om de milities die in Syrië aan de kant van het regime van president Bashar al-Assad meevechten.

Militaire concurrentie

Ooit was het Syrian Arab Army één van de belangrijkste steunpilaren van het regime van vader en zoon Assad. Maar toen in 2011 de opstand tegen het regime uitbrak, waren de strijdkrachten verre van operationeel. De alomtegenwoordige corruptie had de slagkracht van het leger danig uitgehold.

Toch bleek het meer veerkracht te hebben dan gedacht, paradoxaal genoeg net doordat het systeem van cliëntelisme een parallelle bevelstructuur had doen ontstaan die veel flexibel bleek dat de officiële. Zo wist het regime sneller te reageren op de snel veranderende realiteit van het conflict.

Hoewel de rek eruit is door het aanslepen van de gevechten, massale deserties en de moeilijkheid om nieuwe rekruten te ronselen, staat de structuur van het Syrische leger nog overeind. Maar verschillende elementen van de strijdkrachten zijn zelf overgegaan tot het vormen van paramilitaire groepen die buiten de officiële structuur vallen.

Dat is niet verwonderlijk, aldus al-Tamimi. ‘De geheime diensten van de luchtmacht (Idarat al-Mukhabarat al-Jawiyya ), en militaire inlichtingendienst (Shu’bat al-Mukhabarat al-‘Askariyya) hebben bijvoorbeeld elk hun eigen milities opgericht die los van elkaar opereren. Dat gaat terug op de concurrentie tussen de verschillende componenten van de strijdkrachten die al bestond voor de burgeroorlog.’

Het informele karakter van deze milities die slechts deels onder de vleugels van de officiële strijdkrachten vallen, is net hun sterkte, want ze vallen buiten de bureaucratie van het leger. Hun loyaliteit is meestal gebaseerd op familiale of sektarische banden met de figuren in het hart van het regime.

Een goed voorbeeld van hoe familierelaties, zakenbelangen en sektarische lijnen door elkaar lopen zijn de Tiger Forces (Qawat Al-Nimr). Zij vormen de speerpunt van de militaire slagkracht van het regime en staan vooraan bij grote offensieven zoals in Palmyra of momenteel in de omgeving van Al Bab in het noorden van Aleppo.

De Tiger Forces staan onder het bevel van van generaal Suheil al-Hassan, een erg populair figuur onder de Alawieten, en worden gefinancierd door Rami Makhlouf, een neef van Bashar al-Assad en een van de meest beruchte zakenmannen van Syrië. Al-Hassan komt uit de inlichtingendienst van de luchtmacht, maar de Tiger Forces buiten de officiële kanalen.

Zakenmannen en krijgsheren

In augustus 2013 tekende president Assad een wet die zakenmannen het recht gaf eigen milities uit de grond te stampen. Met een pennenstreek formaliseerde hij een evolutie die al even aan de gang was. De machtige en corrupte zakenmannen uit het entourage van het regime werden krijgsheren. Een belangrijk keerpunt, aldus Al-Tamami.

‘Na het goedkeuren van die wet zie je heel wat milities opduiken, ook op het slagveld. Een voorbeeld zijn de Destert Falcons (Suqur al-Sahara), een privémilitie onder het gezag van Muhammad Jaber. Jaber heeft ten tijde van het embargo tegen Irak een enorm fortuin opgebouwd met het smokkelen van olie.’

‘Een ander, minder bekend voorbeeld is de militie The Syrian Resistance (Al-Muqawama as-Surīya) onder leiding van Mihrac Ural. Ondanks zijn communistische ideologie steunt de man op zijn imperium van hotels en restaurants in Latakia. Ook de al-Bustan milities en de National Defence Force worden betaald en gerund door rijke zakenmensen.’

Net als de milities die ontstaan zijn uit de concurrerende componenten van de officiële strijdkrachten ziet al-Tamimi hier een continuïteit met het Syrië van voor de burgeroorlog. De door-en-door corrupte economische elite was langs familiale of etnische banden gebonden aan het regime. In ruil voor hun loyaliteit genoten ze een hoge mate van straffeloosheid.

Ook paramilitiaire groepen zijn geen nieuwigheid. De “Shabiha”, “spoken” in het Arabisch, bestaan al sinds de jaren 1980. Deze paramilitaire groepen hielden zich onledig met criminele activiteiten, het onderdrukken van politieke dissidentie en het verdedigen van de zakenbelangen van hun broodheren. Vandaag zijn de Shabiha privélegers geworden, gegroepeerd rond machtige zakenmannen met diepe zakken, die de oorlog als uitgelezen kans zien om hun invloed te vergroten.

Handig verhaal

De meeste milities hebben echter beperktere ambities. Vaak gaat het om groepen die instaan voor de verdediging van de eigen dorpen en wijken en zijn ze enkel lokaal actief. De etnische breuklijnen – ooit taboe in Syrië – spelen een belangrijke rol. Verschillende christelijke milities steunen Assad , zoals bijvoorbeeld de Sootoro of The Forces of Rage (Quwat al-Ghadab) die actief zijn in de Grieks-orthodoxe stad Suqaylabiyah in de buurt van Hama. Ook de Druzen en de Palestijnen hebben zich georganiseerd in verschillende gewapende fracties.

De kleinere, lokale milities hebben maar weinig uitstaans met het officiële leger. Dat heeft voordelen. Terwijl de Syrische strijdkrachten kampen met massale deserties en de grootste moeite hebben om nieuwe soldaten te vinden, blijken lokale of etnische milities een handige manier om mannen onder de wapens te brengen, verduidelijkt al-Tamimi.

‘Voor iemand uit Suwayda, een regio in het zuiden waar veel Druzen wonen, is het aantrekkelijker om de eigen dorpen te verdedigen dan in Aleppo te gaan vechten. Sommige milities hebben bovendien genoeg invloed om amnestie aan te bieden voor strijders die hun officiële dienstplicht ontlopen. Dat helpt enorm bij het vinden van rekruten.’

Behalve een uitgelezen rekruteringsmiddel spelen de etnische milities nog een andere belangrijke rol. Ze dienen het officiële narratief van het regime van president Assad dat alleen hij de fundamentalistische oppositiegroepen kan tegenhouden. ‘De minderheden gaan volledig mee in het verhaal dat er slechts twee opties bestaan: Assad of de extremisten’, zegt al Tamimi.

‘Het regime cultiveert een nationalistisch en inclusief imago. Het presenteert zich als de behoeder van een Syrië van een waar minderheden een plaats hebben. Veruit de meeste milities propageren hetzelfde nationalistische idee dat het vaderland verdedigd dient te worden tegen sektarische groepen, in de eerste plaats IS.’

Van tiran tot symbool

Hoeveel milities er aan de kant van het regime meevechten is onduidelijk. Meerdere tientallen, misschien wel honderden, volgens al-Tamimi. ‘Maar veruit de meeste hebben slecht een beperkte militaire capaciteit. De groepen die uit het leger en de veiligheidsdiensten voortkomen zoals de Tiger Forces hebben ook echt de mogelijkheid om in het offensief te gaan, net als grotere milities zoals de National Defence Forces en Liwa Al-Baqir, dat een grote rol heeft gespeeld bij de herovering van het oostelijk deel van Aleppo.’

‘De wildgroei aan groepen bezorgt het regime ernstige hoofdbrekers op vlak van coördinatie. Er heerst een bittere onderlinge rivaliteit tussen de belangrijkste milities. Toen Palmyra een eerste keer heroverd werd op IS kwam het bijvoorbeeld tot schermutselingen tussen de Tiger Forces en de Desert Falcons. Er was bemiddeling door hoge functionarissen van het regime nodig om de situatie niet verder te laten escaleren.’

Een ander punt is de militaire infrastructuur. Toegang tot zware wapens en luchtsteun blijven stevig in handen van het regime, een belangrijk troef om de milities toch min of meer in de pas te laten lopen.Toch is het onduidelijk in hoeverre het regime al die milities ook effectief controleert, aldus al- Tamimi. ‘Dat wordt in toenemende mate een probleem voor Assad. Bij de herovering van Aleppo bijvoorbeeld werd er op grote schaal geplunderd door de milities, en er was niet veel dat het regime kon doen om hen te stoppen.’

Coördinatie is een ding, maar hoe zit het met de loyaliteit van al die gewapende groepen? De figuur van Assad – alom tegenwoordig in de propaganda en de beeldtaal van de milities – speelt daarin een erg belangrijke, maar steeds meer symbolische rol volgens al-Tamini. ‘In essentie willen ze allemaal dat hij aan de macht blijft, los van welke agenda ze nastreven. Ze zijn dermate gebonden aan het politieke systeem dat een Syrië zonder Assad voor hen gewoon ondenkbaar is. Als dat systeem wegvalt, vervalt ook hun invloed.’

‘Het is een soort ijkpunt, een verenigende factor. Dat geeft hen een voordeel ten opzichte van de oppositie. Die willen dan wel allemaal dat Assad ten val komt, maar over hoe een Syrië zonder het regime er dan wel moet uitzien, daarover bestaat niet de minste overeenstemming.’

De Syrische burgeroorlog is na zes jaar verworden tot een uitputtingsslag. Ook economisch. Het regime kan de soldij van de officiële strijdkrachten nauwelijks nog betalen. De milities die rijke zakenmannen achter zich hebben zijn iets beter af, maar de meeste strijders zijn op zichzelf aangewezen en vreten voor de voet af wat Syrië nog te bieden heeft.

Smokkelen – wapens, voedsel, olie én mensen – is de belangrijkste economische activiteit van het land geworden. Kidnappingen en afpersing bieden een andere mogelijkheid om de kas te spijzen. Een lucratieve bezigheid is het opzetten van checkpoints en het “taxeren” van passerende burgers. Niet zelden ontstaan er conflicten tussen milities over de controle van de meest winstgevende checkpoints. Het afbrokkelende staatsgezag heeft een soort krijgsheren-economie doen ontstaan die de toch al erg geplaagde Syrische burgerbevolking de nek omdraait.

Spin in het web

Er mag dan wel nog een uitgebeende versie van een staat bestaan in het door het regime gecontroleerde deel van Syrië, de totalitaire grip van de clan Assad op zowat ieder aspect van de samenleving is ernstig verslapt. Het rood ingekleurde deel van het land lijkt steeds meer en meer op een patchwork van gewapende groepen, elk met een eigen agenda.

Bashar al-Assad is steeds meer en meer slechts een symbool, een portret aan de muur. Niet dat zijn positie bedreigd wordt – voorlopig toch niet. Maar de vraag hoeveel reële macht hij nog heeft over mannen die voor hem strijden wordt prangend.

De fragmentatie van het regime mag echter niet verbazen. Het breekt langs de lijnen die er voor het uitbreken van de burgeroorlog al waren, maar waar niemand over sprak. De zakenmannen/criminelen van voorheen zijn de zakenmannen/krijgsheren van vandaag.

De etnische breuklijnen zijn zo oud als de staat zelf, al werden ze onder de mat geschoven. Het web van familierelaties, etnische banden en zakenbelangen dat de elite van Syrië aan het Assad-regime bond erfde Bashar van zijn vader Hafez Al-Assad en vormt vandaag de basis van de loyaliteit van de milities.

Het afbrokkelen van het regime vormt een ernstig obstakel bij een eventuele onderhandelde politieke oplossing voor het Syrische conflict. De onderhandelaars die in naam van president Assad zullen aanschuiven aan de gesprekstafel hebben nog maar weinig greep op wat er op de grond gebeurt. In de eerste plaats omdat het regime voor zijn overleven steunt op Rusland, Iran en de Hezbollah, maar ook omdat de Syrische groepen die voor Assad vechten steeds minder in de pas lopen.

Paradoxaal genoeg verstevigd dit de positie van Assad op korte termijn. Geen enkele militie heeft een figuur in de rangen die de symbolische, verenigende rol van Bashar al-Assad kan overnemen. Tegelijk is de macht van de milities onlosmakelijk verboden met het voortbestaan van het regime. De “Leeuw van Damascus” lijkt zich voorlopig verzekerd van zijn troon, ongeacht het bloed aan zijn klauwen.

 

© 2014 KIB |Jindar Multimedia

Scroll to top