Kobanê, twee jaar na Daesh

Dit artikel verscheen op 15 juni 2017 op De Wereld Morgen. De auteur, Margot Cassiers, is stafmedewerker aan het Koerdisch Instituut te Brussel.

We bereiken de stad ’s avonds, maar op een moment waarop er van duisternis geen sprake is. Het is 26 januari 2017, de avond voordat Kobanê de tweede verjaardag viert van haar bevrijding van Daesh (IS). De Begraafplaats der Martelaren, die gebouwd werd na de bevrijding, is vol licht en vol leven en aan de ingang wordt uitbundig gedanst en gezongen. Maar voorbij het gejuich is er intens verdriet: de begraafplaats zelf is spookachtig verlicht met kaarsen op elke grafsteen, een zichtbare herinnering aan hoeveel deze oorlog Kobanê gekost heeft.

In januari 2015 werd Kobanê een wereldwijd symbool voor verzet tegen Daesh en overwinning tegen alle verwachtingen in. Een kleine en slecht bewapende groep YPG/YPJ-strijders, gesteund door enkele bondgenoten van het Vrije Syrische Leger en Iraaks-Koerdische peshmerga’s, slaagde er met Amerikaanse luchtsteun in om de stad te heroveren op Daesh.

Kobanê werd toen al sinds oktober 2014 bezet door Daesh, hetgeen een vluchtelingenstroom op gang had gebracht van bijna een half miljoen mensen richting de grens met Turkije. Hoewel de meeste inwoners op tijd gevlucht waren, verloren toch zo’n 500 burgers en 700 strijders hun leven tijdens de bezetting en de daaropvolgende strijd. De door Daesh ingenomen stadsdelen werden volledig heroverd op 27 januari 2015 en in de daaropvolgende maanden werd ook de rest van het kanton bevrijd. Deze overwinning werd een kantelpunt in de strijd tegen Daesh en veranderde fundamenteel het beeld van de YPG- en YPJ-strijders in de rest van de wereld.

Twee jaar later is de oorlog in Syrië nog steeds bezig, met regelmatig nieuwe pieken van gruwel en een steeds complexere internationale betrokkenheid. Te midden van deze verschrikkelijke oorlog is de regio die bekend is als Rojava (sinds december 2016 officieel het ‘Democratische Federale Systeem van Noord-Syrië’) relatief stabiel en wordt er volop gewerkt aan de wederopbouw van de samenleving, in de breedste zin van het woord. We bezochten Kobanê twee jaar na de bevrijding, om getuige te zijn van het herstel en de heropbouw van een bijzondere stad.

Foto: Margot Cassiers

De mensen hier houden van hun land

Kobanê is een belangrijk symbool gebleven van veerkracht en is de voorhoede geworden van heropbouwwerk in de regio. Dit is pijnlijk nodig, aangezien de stad na de bevrijding voor 80 procent vernield bleek, met nog steeds dode lichamen verspreid onder het puin.

Ondanks de enorme vernietiging, begonnen mensen al heel snel terug te keren naar hun stad. Berivan (25), die voor de kantonadministratie in Kobanê werkt, legt het uit. Zij, zoals vele andere inwoners van Kobanê, vluchtte naar de Koerdische regio in Turkije tijdens de bezetting van Daesh. Na de bevrijding kwam ze terug. “Alles was verwoest”, herinnert ze zich. “Maar de meesten kwamen meteen terug, omdat de mensen hier van Kobanê houden. Veel families moesten in vernielde huizen wonen, maar ze deden het omdat ze van hun land houden en omdat ze niet wilden vertrekken.” Ze vertelt dat er nu tussen de 216.000 en 300.000 mensen in het gehele kanton wonen, waarvan 60.000 in de stad Kobanê zelf.

Foto: Margot Cassiers

Twee jaar na de bevrijding is de stad nog steeds grotendeels vernield, maar wordt er volop gewerkt aan de wederopbouw. De drijvende kracht achter dat heropbouwwerk is Kobanê Reconstruction Board (KRB). Deze organisatie coördineert de reconstructiewerken in de stad en bouwt ziekenhuizen, scholen en andere publieke gebouwen.

In de kantoren van KRB aan de rand van de stad, ontmoeten we enkele van de vrouwen die zich inzetten om die inspanningen hier te realiseren. Rosa (25) is een burgerlijk ingenieur, Evin (21) doet financieel beheer en Fatima (40) voert huishoudelijk werk uit bij de organisatie. De drie vrouwen werken sinds het prille begin voor KRB en herinneren zich hoe ver Kobanê de afgelopen twee jaar gekomen is. “In februari 2015 was er hier absoluut niets. Er lagen nog steeds lijken onder het puin. Er waren geen scholen, er was onvoldoende eten, er was geen water, geen elektriciteit, …’ Nu hebben de meeste huizen in de stad twaalf tot dertien uur elektriciteit per dag. ‘Er is nu altijd water. Twee jaar geleden hadden we geen groenten, nu heeft bijna iedereen ze.”

Foto: Margot Cassiers

Er zijn echter veel zaken die het heropbouwwerk bemoeilijken. Toegang tot de regio wordt geblokkeerd vanuit vier zijden: Daesh, het Syrische regime, de grens met de Koerdische regio in Irak en de Turkse grens.

Anna (niet haar echte naam) is een buitenlandse architecte die vrijwilligerswerk doet voor KRB. Ze bracht in 2016 vijf maanden door in Kobanê en is net teruggekeerd om er opnieuw enkele maanden te werken. Ze legt uit dat KRB vlak na de oorlog werd opgericht door enkele ingenieurs uit Bakur, de Koerdische regio in Turkije. Toen was er nog gemakkelijke toegang tot Kobanê vanuit Turkije, een situatie die vandaag helaas volledig veranderd is: begin april 2017 voltooiden de Turkse autoriteiten een 556 kilometer-lange muur op de Syrisch-Turkse grens.

Anna verduidelijkt dat KRB bestaat uit zes ingenieurs, twee coördinatoren, vier financieel beheerders en zo’n 400 werkers. Terwijl ze praat over het werk van de organisatie, stelt ze dat management nog belangrijker is dan ontwerpen. “Dat is omdat we het moeten redden met heel weinig middelen. We bevinden ons in een oorlogszone, dus mogen we niets verspillen, aangezien dat een materiaaltekort zou kunnen betekenen voor andere projecten.”

Ondanks het feit dat er al veel werk gedaan is, weet Anna dat de wederopbouw van Kobanê de nodige tijd zal vergen. “We moeten niet alleen zien om te gaan met een gebrek aan middelen. Alle infrastructuur is vernield en door het embargo kunnen we niets importeren. Ondanks al deze moeilijke omstandigheden, gaat het werk goed.” Anna bezocht Kobanê voor het eerst in maart 2015 en ze is oprecht onder de indruk over wat er sindsdien allemaal is gedaan.

Democratisch confederalisme

Het wederopbouwwerk in Kobanê is echter niet enkel van een technische aard, maar heeft ook een belangrijke ideologische dimensie. De stad wordt, net als de rest van Rojava, heropgebouwd volgens principes van basisdemocratie, gendergelijkheid, ecologisch respect en alternatieve economie – op basis van de geschriften van de gevangen gehouden PKK-leider Abdullah Öcalan over democratisch confederalisme.

Foto: Margot Cassiers

Dit trok Anna in het bijzonder aan om deel te nemen aan het wederopbouwwerk. Ze is zelf van een Midden-Oosters land en ze gelooft dat de pogingen die hier worden ondernomen om de samenleving fundamenteel te herbouwen de rest van de regio zouden kunnen inspireren. Om die reden wilde Anna deelnemen aan wat er gaande is in Rojava en de bredere beweging steunen die deze veranderingen organiseert – en ze is niet alleen. Anna heeft verschillende internationale vrienden die naar de regio gekomen zijn om te helpen waar ze konden – hetgeen voor sommigen militaire dienst betekende. Voor Anna betekende het, haar architecturale vaardigheden inzetten om Kobanê opnieuw te helpen opbouwen.

Wat ze in het bijzonder leuk vindt aan KRB, is dat “er een diep geloof is dat het werk niet beperkt mag worden tot academische of bureaucratische standaarden en dat men zich niet als technocraten mag gedragen. Er moet daarentegen een ethische aanpak ten opzichte van alles zijn. Bijvoorbeeld, als een ingenieur geen goede relatie heeft met de werkers, zal hij of zij niet aanvaard worden. Het hele systeem is gebaseerd op vragen zoals, hoe kunnen we samenwerken en samen iets creëren, in plaats van gewoon uit te voeren wat een intellectuele elite je zegt te doen.”

“Hier moet je betrokken zijn bij alles en mag je niet zomaar in je bureau blijven zitten, ongeacht of je een man of een vrouw bent. In het begin was het moeilijk voor de werkers om een project te doen dat geleid wordt door een jonge vrouw. Maar dat is net het doel van de revolutie: om vrouwen actief te betrekken in alles. En na twee maanden hadden de twee vrouwelijke ingenieurs bij KRB hun eigen projecten.”

We zijn wakker en we kunnen niet meer terug

Bij de vraag welk project haar het meest geraakt heeft, denkt Anna meteen aan een Vrouwenhuis dat geleid zal worden door Kongra Star. Ze legt uit dat “het hart van de revolutie daar is. Ze zijn de belangrijkste motor van verandering, aangezien ze nieuwe regels maken en actief de samenleving aan het veranderen zijn.”

Foto: Margot Cassiers

Kongra Star is een confederatie van vrouwen en vrouwenorganisaties doorheen heel Rojava. Een ontmoeting een paar dagen later met zes vrouwen die de activiteiten van Kongra Star in Kobanê coördineren, verduidelijkt één en ander over de feministische revolutie die het symbool is geworden van de maatschappelijke veranderingen in Rojava.

De vrouwen leggen uit dat Kongra Star zesentwintig organisaties omvat, die elk iedere maand vergaderen. Vertegenwoordigers van die organisaties zitten ook regelmatig samen en de coördinatoren zien elkaar zelfs elke week. Elke buurt heeft een vrouwenorganisatie en ze worden allemaal vertegenwoordigd in het centrale kantoor van Kongra Star in Kobanê. Hier worden vergaderingen en workshops gehouden en hier gaan mensen heen als ze problemen hebben. Ze leggen verder uit dat alle vrouwen in de organisaties, maar ook alle vrouwen die voor het kanton of iets dergelijks werken, goedgekeurd moeten worden door Kongra Star. Geen man kan voor de vrouwen beslissen of iemand goed is of niet – ze kunnen kritiek formuleren, maar ze kunnen niet voor hen beslissen.

Eén van de belangrijkste doelen van Kongra Star is om de mentaliteit te veranderen van de mensen in Rojava, waar er nog steeds voornamelijk een patriarchale samenleving heerst, die gebaseerd is op tribale structuren. Om die reden organiseert Kongra Star verplichte workshops over verschillende onderwerpen, waaronder de geschiedenis van Koerdistan, vrouwengeschiedenis, de geschiedenis van het Midden-Oosten, zelfverdediging, “jineoloji” (Koerdische vrouwenstudies), hygiëne, alternatieve economie, democratisch confederalisme, enzovoort.

Aan de basis van dit werk is een lijst met 28 principes. Deze behandelen thema’s zoals huwelijk, scheiding, huiselijk geweld, vrouwenrechten, kinderen, familiale relaties, enzovoort. De principes stellen bijvoorbeeld dat kindhuwelijken of gedwongen huwelijken verboden zijn en dat alle organisaties vrouwen moeten bevatten. De lijst werd in 2014 opgesteld op basis van voorstellen door vrouwen, die vervolgens in 2015 in de drie kantons werden besproken en in 2016 in de praktijk werden gebracht.

Deze principes worden voorgesteld en aangeleerd tijdens trainingssessies. Het is belangrijk om aan te geven dat deze trainingssessies ook voor mannen zijn, want “als je iets wilt veranderen, moet je de hele samenleving veranderen”, zoals één van de vrouwen stelt. Op de vraag of dit moeilijk was voor de mannen, antwoorden de vrouwen het volgende: “We hebben met de samenleving gepraat over deze principes. Niet iedereen moet ze meteen aanvaarden. Daarom organiseren we trainingssessies, om mensen te helpen om geleidelijk aan hun oude zienswijzen te veranderen.” Eén van hen vult aan: “Toen we deze thema’s met verschillende groepen in de samenleving bespraken, zeiden sommige mannen dat deze principes misschien al tien jaar geleden geschreven hadden moeten zijn. Ze zeiden dat ze zelf hun zienswijzen geleerd hadden van hun vaders.”

Foto: Margot Cassiers

Op de vraag of deze veranderingen zullen blijven, reageren de vrouwen vastberaden: “Wij vrouwen werden vroeger altijd beperkt tot onze huizen. Nu hebben we een oorlog overleefd, nu zijn we wakker en nu kunnen we niet meer terug.”

Vijf dokters bleven

Ondanks het ideologische werk dat gedaan wordt om Kobanês samenleving naar de toekomst toe te veranderen, wordt ze nog steeds gekweld door wat er vandaag gaande is. De zware tol die de oorlogssituatie heeft op de mensen in Kobanê, wordt pijnlijk duidelijk wanneer we een groep dokters ontmoeten van het Gezondheidsministerie.

De dokters leggen uit dat er drie organisaties zijn die zich bezighouden met gezondheidsthema’s in Kobanê: het Gezondheidsministerie van Kobanê kanton, Heyva Sor (de Koerdische Rode Halve Maan) en de medicivereniging. Het Gezondheidsministerie doet administratief werk en volgt onder meer het werk op van de ziekenhuizen en apotheken. Heyva Sor doet praktisch en organisatorisch werk en maakt iedere maand een rapport met een overzicht van het aantal zieken. De medicivereniging bestaat uit dertien organisaties en het stadsbestuur en vrijwilligers, en maakt inschattingen van de gezondheidsnoden van de bevolking.

Er zijn twee ziekenhuizen in Kobanê: één algemeen en één enkel voor vrouwen en kinderen. Merkwaardig genoeg werken beide ziekenhuizen zonder financiering: hulp krijgen is er gratis en de dokters werken zonder loon. Ze leggen uit dat iedereen in de ziekenhuizen voor Heyva Sor werkt en dat ze geen salaris aanvaarden, maar enkel wat ze nodig hebben om te overleven. Eén van de dokters vertelt dat tijdens het verzet, toen Daesh in Kobanê was, er maar vijf dokters gebleven waren. Momenteel zijn er 53 dokters in het hele kanton.

Op de vraag of de situatie verbeterd is sinds twee jaar geleden, antwoorden de dokters dat het eigenlijk slechter geworden is: “Het probleem is dat de ziekenhuizen in Kobanê de enigen zijn die gratis zijn van Manbij tot Raqqa, waardoor er vele mensen naar hier komen, zelfs van buiten het kanton en zelfs voor bevallingen.” Het gevolg is dat Kobanê een soort van noodcentrum voor gezondheidszorg is geworden in de regio.

Het probleem is echter dat, zoals alles in Kobanê, het werk van de gezondheidsorganisaties zwaar bemoeilijkt wordt door het embargo en de blokkade. Zoals één van de dokters stelt: “We bevinden ons in een zone die langs vier kanten omringd wordt door oorlog. De oorlog heeft zich verspreid en nu wordt ook Bakur aangevallen.” Het gevolg is dat er een chronisch gebrek aan geneesmiddelen is. Er zijn bijvoorbeeld veel diabetici in Kobanê die dringend medicijnen nodig hebben, maar er zijn enkel middelen voor de dringendste aandoeningen.

De regio kampt niet enkel met een gebrek aan geneesmiddelen, er kunnen ook geen zieke mensen de grens worden over gestuurd om een betere behandeling te krijgen. Er is ook een dringende vraag naar machines en andere medische voorzieningen. Verschillende vormen van materiaal die klaar zijn om naar de regio te worden gestuurd, waaronder ambulances, worden tegengehouden aan de grens. Toestellen die dringend nodig zijn onder meer dialysemachines, CT-scans en ECG/EKG-toestellen.

Eén van de dokters legt uit: “Sommige mensen geraken verlamd door, bijvoorbeeld, een schotwond. Mogelijk zouden we ze vrij gemakkelijk kunnen helpen, maar doordat we geen scans hebben, kunnen we de kogels zelfs niet eens fatsoenlijk lokaliseren. Als we een aantal van deze toestellen zouden hebben, zouden we meer levens kunnen redden en zouden we mensen kunnen helpen die nu gedoemd zijn om te lijden.”

Op de vraag welke de belangrijkste gezondheidsproblemen zijn, antwoorden de dokters dat de meeste mensen nog steeds gekwetst raken ten gevolge van de oorlog. Er zijn veel schotwonden te verzorgen, maar ook verwondingen door landmijnen.

Het feit dat het winter is ten tijde van het interview, zorgt echter ook voor verschillende problemen. De dokters vertellen dat er die winter door de kou al twee kinderen zijn omgekomen in één van de vluchtelingenkampen. Er verblijven veel vluchtelingen uit andere delen van Syrië in het gebied, zij verblijven hoofdzakelijk in kampen en dorpen nabij Kobanê. Heyva Sor probeert hulp voor die mensen te krijgen van de inwoners van Kobanê, maar aangezien de mensen daar zelf niets hebben, probeert men te vermijden dat het een extra last wordt voor een stad die zelf nog wordt heropgebouwd.

Foto: Margot Cassiers

Te midden van al deze problemen, is er weinig of geen hulp van internationale organisaties. Artsen Zonder Grenzen is de enige buitenlandse medische organisatie die aanwezig is in de regio, maar ze hebben geen medische staf ter plaatse, ze leveren enkel medicijnen aan één ziekenhuis. Volgens de dokters is het probleem dat internationale organisaties die de streek willen helpen, zich niet ter plaatse willen vestigen en in plaats daarvan Istanbul of Gaziantep als een referentiepunt gebruiken. Dit betekent echter dat ze in grote mate beïnvloed worden door Turkse politieke standpunten. Daarenboven vertellen de dokters dat de groepen waar deze organisaties mee samenwerken, om hulp in Rojava te krijgen, in de realiteit vaak dingen voor zichzelf nemen, hetgeen betekent dat ze vaak bij Daesh eindigen. Eén van de dokters schat zelfs dat, van alle hulp die naar Rojava wordt gestuurd, slechts acht procent effectief aankomt.

De dokters vragen internationale organisaties daarom om de moed te hebben om zich in de regio te vestigen, aangezien hulp die via andere wegen gestuurd wordt, gewoon niet aankomt. Ze benadrukken het belang van directe toegang tot hulp: “We hebben altijd gevraagd om een humanitaire corridor te openen, en zullen dit blijven doen, aangezien het cruciaal is voor ons om te overleven.”

Hoe zien de dokters de medische toekomst van Kobanê? Kan en zal medische hulp gratis blijven? Eén van hen legt uit dat geld niet het probleem is, maar medische voorzieningen. “Trouwens, we kunnen op morele basis geen geld vragen van mensen die zelf niets hebben. Alle dokters hier werken gratis, omdat ze weten wat de situatie is. Gezondheid is een fundamenteel mensenrecht en mensenrechten staan centraal voor ons, dus hebben ze geen prijs.”

Hij gaat verder over wat er hier echt op het spel staat: “We hebben niets nodig, zoals nieuwe kleren of zo, we hebben alles dat we nodig hebben om te overleven. Wat we echter wel willen, is eerbaar leven. Dat is de reden waarom we gevochten hebben en waarom we doen wat we doen: om te helpen een systeem op te bouwen, waarin iedereen gratis hulp kan krijgen. We hopen dat wat we aan het bouwen zijn, zal overleven en zal blijven gedijen.”

De stad viert feest, maar de littekens blijven

Op vrijdag 27 januari 2017 komen honderden mensen samen in het centrum van Kobanê om de tweede verjaardag te vieren van de bevrijding van Daesh en om de offers te herinneren die het gekost heeft. Het festival wordt georganiseerd door de lokale Zelf-Administratie. Er is muziek en dans en er klinken toespraken van politieke en militaire leiders. De honderden aanwezigen bestaan uit families met kinderen, strijders, jongeren en ouderen. Mensen dansen en vieren, terwijl ze herenigd worden met geliefden. Tegelijkertijd kijken, vanop de daken van de huizen in de omgeving, sluipschutters en bewakers naar de festiviteiten. Overal rondom het feest wordt gewaakt over de omgeving.

De blijvende zware tol van de oorlog wordt duidelijk op de dag na het bevrijdingsfeest, wanneer we de begrafenis bijwonen van vijf strijders op de Begraafplaats der Martelaren. De vijf waren oorspronkelijk van Kobanê en zijn twee dagen eerder omgekomen in een gevecht nabij Raqqa. Het lijkt alsof de hele stad die ochtend aanwezig is op de begraafplaats, waar vijf kisten op een rij staan op een groot podium in het centrale gedeelte van de begraafplaats. Achter hen wapperen vlaggen en portretten van andere martelaren, terwijl er triomfantelijke slogans en liederen worden afgespeeld.

Foto: Margot Cassiers

Het contrast is sterk tussen de grootse ceremonie in het centrale gedeelte van de begraafplaats en het beeld op het begraafveld zelf, waar huilende moeders en stille jongeren zich verzamelen rond de graven van hun geliefden. Een eenzame strijder, met geweer op de rug, slentert langs enkele graven, pauzerend bij de namen die hij herkent. Velen gaan naar de begraafplaats tijdens ceremonies als de deze, om te treuren om hun eigen persoonlijke verliezen. Dit veld bevat veel jonge mensen, veel opofferingen. De dag na de begrafenis wordt er alweer gewerkt met bouwmachines om de begraafplaats verder uitbreiden voor nieuwe grafstenen die verwacht worden te zullen volgen. Het is een pijnlijke herinnering aan het feit dat de oorlog in de regio verder woedt en verliezen zal blijven maken.

De 21-jarige Evin, die financieel beheer doet voor Kobanê Reconstruction Board, is zwanger. Wanneer we haar vragen of ze wensen heeft voor haar ongeboren kind, zegt ze het volgende: ‘We willen gewoon een veilige plek, waar kinderen kunnen groeien. Ik wil dat mijn zoon kan opgroeien in vrijheid. De mensen hier geven niet om bepaalde plekken, ze zijn niet sentimenteel om dingen zoals gebouwen. Ze willen gewoon hun kinderen zien opgroeien en zien leven.’

Dit artikel is gebaseerd op een reeks interviews die gedaan werden in Kobanê in januari 2017. De auteur, Margot Cassiers, is stafmedewerker aan het Koerdisch Instituut te Brussel.

© 2014 KIB |Jindar Multimedia

Scroll to top