“Het zijn allemaal kinderen met moeders die rouwen om hun dood”
De confrontatie met lijden en het verlies van een geliefde is verwoestend en alomvattend. De vragen “waarom?” en “wat nu?” zijn onvermijdelijk en zetten toe tot nadenken. Door de dood van één of meer van hun kinderen besloot een groep moeders in Turkije in 1999 dat er genoeg bloed gevloeid was tussen Turken en Koerden. Het gewapende conflict moest volgens hen zo snel mogelijk ten einde komen en dit op een vredevolle en geweldloze manier. Alleen vrede zou andere moeders het leed kunnen besparen waardoor zij getroffen werden.
Hun boodschap is eenvoudig en krachtig, maar de Vredesmoeders of de Barıṣ Anneleri worden niet door iedereen toegejuicht. Hun demonstraties en protestacties zijn een doorn in het oog van de Turkse staat die nog steeds weigert de volledige rechten van het Koerdische volk te erkennen. Verschillende Vredesmoeders werden onrechtmatig gearresteerd en vastgehouden en in 2000 berichtte Amnesty International dat enkele moeders zelfs werden gemarteld in de cel. De Turkse staat beweert immers dat de Vredesmoeders “separatistische propaganda” verkondigen en de eenheid van het land in gedrang brengen. Desondanks geven de Vredesmoeders hun vreedzame strijd niet op en blijven zij opkomen voor hun idealen en overtuigingen.
Dit bewijst Sultan, een 64-jarige vrouw, die momenteel in België verblijft als politiek vluchteling. De Turkse staat veroordeelde haar tot net geen 10 jaar gevangenisstraf voor haar participatie in de acties van de Vredesmoeders. Ze besloot om haar straf niet uit te zitten en naar Europa te komen, maar dit zonder haar echtgenoot en familie. Hoewel ze duidelijk geëmotioneerd is over haar situatie spreekt Sultan met veel passie en kracht over haar overtuigingen en de wil tot vrede die zij ondanks alles nog steeds niet verloren heeft.
Naomi Debruyne: Waarom besloot u om te participeren in de acties van de Vredesmoeders? Wat in deze organisatie sprak u aan?

Sultan Ogras : De Vredesmoeders beogen vrede en eisen een vredevolle oplossing voor de problemen tussen Koerden en Turken. Ik verloor twee kinderen door dit conflict. Mijn dochter was strijdster in de guerrilla en stierf door toedoen van de Turkse staat. Anderhalf jaar voor haar dood werd mijn zoon op 19-jarige leeftijd voor de poort van onze tuin en voor de ogen van zijn vader neergeschoten door Turkse soldaten. Ze verdachten hem ervan een “terrorist” te zijn, maar hij was slechts een student, zonder een wapen om hem te verdedigen. Zijn enige wapens waren zijn geest, zijn idealen en zijn overtuigingen. Toen hij stierf had hij slechts een T-shirt aan. Hij kon zich onmogelijk beschermen of verdedigen. Zijn dood was werkelijk afschuwelijk. Twee dagen lang liep ik met het bloed van mijn zoon op mijn handen. Ik kon het simpelweg niet opbrengen om mijn handen te wassen. De officieren van de staat namen het lichaam van mijn zoon mee, we kregen zelfs niet het recht om onze zoon te begraven. Daarom draag ik nu een gouden armband met de namen van mijn kinderen erin gegraveerd. Het is mijn manier om mijn kinderen altijd bij mij te hebben.

In de huidige Turkse staat hebben we niet het recht om onze mening te zeggen en ons te identificeren als Koerden. Iedereen in Turkije zou Turks zijn, maar de realiteit is toch anders? Waarom zou de Turkse staat het recht hebben om mij of iemand anders op te leggen wie ik ben en wat mijn etniciteit is? Dat er een Koerdisch volk is in Turkije staat buiten kijf en wij zouden het recht moeten hebben om ons vrij te uiten en op een vrije manier te leven. Dit recht bestaat echter niet in Turkije; je moet doen wat de staat zegt of je laat je leven erbij. Dit is onrechtvaardig, racistisch en fascistisch.

Mij aansluiten bij de Vredesmoeders was een evidente keuze. Wij willen niet dat er nog meer mensen dood gaan; er vloeide al genoeg bloed. Zowel de Koerdische guerrillastrijders als de Turkse soldaten zijn kinderen met moeders die rouwen om hun dood. Alleen een vredevolle oplossing tot de problemen kan nog meer lijden voorkomen. Jammer genoeg accepteert de Turkse staat onze oplossing niet en stellen ze alles in het werk om onze acties te bestraffen.
 

Naomi Debruyne: Wat zeg je tegen mensen die niet geloven in een vredevolle oplossing maar aandringen op het gebruik van geweld?

Sultan Ogras : Mensen die aandringen op geweld zijn fascistisch. Zij willen in essentie geen vrede omdat dit niet in hun voordeel is. Dit geldt bijvoorbeeld voor Tayyip Erdoğan en de Verenigde Staten van Amerika. De Vredesmoeders streven naar het vernietigen van hun fascisme door zich uit te spreken voor de vrede en tegen geweld.
 

Naomi Debruyne: Waarom legde de Turkse staat u een celstraf op?

Sultan Ogras: Als Vredesmoeders organiseren we veel demonstraties waarbij we toespraken geven en de pers uitnodigen. Op al deze demonstraties kwam duidelijk naar voren dat we vrede eisen en een vredevolle oplossing voorstaan. Echter, alleen al omdat we onze mening uitten, werden we geviseerd door de Turkse staat. In één van mijn toespraken vermeldde ik onze leider Abdullah Öcalan  en noemde hem “meneer Öcalan”. Dat ik hem aansprak met “meneer” kan volgens de Turkse staat niet omdat je een “terrorist” geen respect mag betuigen door hem een titel te geven.

Bovendien bezocht ik ook regelmatig vrienden en gelijkgestemden in de gevangenis om hen een hart onder de riem te steken. Dikwijls hielden de Turkse officieren me dan uren of dagen lang vast om me te ondervragen. Hiervoor hadden ze geen legitieme reden, het is hun manier om ons te straffen.

Het zijn dingen als deze die me een gevangenisstraf opleverden. Vrije meningsuiting in Turkije bestaat niet. Zes of zeven jaar geleden bracht ik al een aantal maanden in de cel door omdat ik in een programma voor een pro-Koerdisch televisiekanaal Koerdistan vermeld had en de Koerdische kinderen – zogezegd “terroristen”- goede mensen had genoemd. Maar Koerdische kinderen zijn werkelijk goede en grote mensen. Zij strijden niet voor hun eigenbelangen maar voor de belangen van het gehele Koerdische volk en de toekomstige generaties. Hun strijd is onzelfzuchtig en gericht op het verkrijgen van mensenrechten voor de volledige bevolking van Turkije. Momenteel zijn Koerden immers tweederangsburgers waarom niemand geeft.
 

Naomi Debruyne: Wat zijn de voorwaarden voor vrede volgens u?

Sultan Ogras : Eerst en vooral moet meneer Öcalan vrijgelaten worden of moeten de omstandigheden van zijn gevangenschap verbeteren. Meneer  Öcalan is de leider van een volk, een natie en verdient daarom een betere behandeling. Een oplossing zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat hij in zijn eigen huis de gevangenisstraf uitzit zodat hij de onderhandelingen kan leiden. Zonder hem is er immers geen vrede mogelijk tussen Turken en Koerden.

Vervolgens moeten de mensenrechten in Turkije gerespecteerd worden en moeten de rechten van de Koerden erkend worden door de Turkse staat.

Als laatste moeten alle politieke gevangenen amnestie krijgen. Zij kregen immers grote straffen enkel en alleen omdat zij hun mening uitten. Ook wij Koerden die momenteel in ballingschap leven moeten terug kunnen keren naar ons land en onze families zonder een gevangenisstraf te riskeren. In Europa zijn we veilig maar elk volk heeft nood aan zijn eigen land. Het land waar je geboren bent, is immers het land waaraan je toebehoort en dat goed voor je is.
 

 

Naomi Debruyne: Heeft u, nu u politiek vluchteling bent in België, spijt van uw acties? Of bent u nog even strijdvaardig als ervoor?

 
Sultan Ogras : Het leven in België is moeilijk. Ik had slechts twee keuzes in Turkije: mijn straf in een Turkse gevangenis uitzitten of vluchten naar Europa. Ik koos voor het laatste, en trok naar België. Maar ik ken de talen van dit land niet en mis mijn familie die nog in Turkije zit. Ik ben 64 jaar en ben verplicht om mijn geliefden lange tijd te missen. We bellen regelmatig en mijn zoon komt mij binnenkort bezoeken, maar het blijft een eenzaam leven. In essentie is mijn verblijf hier ook een soort van gevangenisstraf.

Gelukkig krijg ik steun van de Koerdische gemeenschap hier in België en krijg ik regelmatig brieven van mijn Turkse vrienden die mij aansporen de moed niet op te geven en te blijven strijden. Zonder de morele steun van hen zou het nog moeilijker geweest zijn. Ik blijf dus strijdvaardig en geef niet op.

 Abdullah Öcalan: De leider van de PKK. Zie ook De zaak-Öcalan. Turkije, het Westen en de Koerden, door Wim de Neuter. http://www.uitpers.be/boek_view.php?id=503
 

X
F
E
E
D

B
A
C
K