Persconferentie van de SDF waarop de vierde fase van het bevrijdingsoffensief voor Raqqa werd aangekondigd.

De afgelopen maanden schetsten de internationale media een rooskleurig beeld van de strijd tegen de Islamitische Staat. Zo werd het territorium van de groepering bijna gehalveerd door de inspanningen van de internationale coalitie. Tevens werden verschillende sleutelfiguren van de organisatie uitgeschakeld en werd het aanzienlijk moeilijker voor de groepering om nieuwe rekruten aan te trekken. De indrukwekkende stroom aan inkomsten van de groepering werd ook systematisch drooggelegd, wat tot grote ontevredenheid leidde bij de militanten die tot kort daarvoor aanzienlijke sommen geld uitbetaald werden.

Belangrijker nog is dat het kerngebied van de terreurgroep in Syrië en Irak werd aangevallen door de internationale coalitie. In Irak begon het Iraakse leger het langverwachte offensief om Mosul, het grootste bolwerk van Islamitische Staat in Irak, te heroveren. In Syrië slagen de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) erin successen te blijven boeken. Zo werd de strategische stad Tabqah kortgeleden nog veroverd op de terreurgroep en wisten ze ook op verschillende plaatsen de Eufraat te bereiken waardoor de stad Raqqa steeds meer geïsoleerd raakt.

Hoewel het einddoel ongetwijfeld de verovering van deze stad is, zijn er belangrijke kanttekeningen die hierbij vermeld moeten worden. De SDF bestaan voor een groot deel uit Koerden die onder de YPG-vlag strijden. Aanvankelijk streden zij vooral om hun dorpen en steden te beschermen toen IS nog de overhand in de regio had, maar het was dankzij hun vastberadenheid, moed en opoffering dat de terreurgroep de eerste zware nederlaag leed rond Kobanê en in andere delen van de regio. Naarmate de YPG meer terrein wonnen, begonnen meerdere groeperingen zich bij hen aan te sluiten, waardoor de koepelorganisatie SDF in het leven werd geroepen. In de verschillende bevrijde regio’s werden bestuursorganen opgericht bestaande uit lokale vertegenwoordigers uit de verschillende etnisch-religieuze gemeenschappen, om samen te besturen.

Dat de SDF steeds meer ondersteuning krijgen van de internationale coalitie, zint buurland Turkije helemaal niet. Zo hamerde de Turkse president Erdoğan erop dat de Koerdische afdeling van de SDF nauwe banden zou hebben met de PKK, hetgeen weerlegd werd door de groepering en de coalitie. Dat de SDF nu ook zware wapens krijgen van de Amerikanen om Raqqa te veroveren, deed de Turkse regering dan ook steigeren. De Turkse regering ziet de invloed van de Syrische Koerden in het Syrische conflict dan ook met lede ogen aan. Om die reden bood president Erdoğan dan ook een alternatief aan om Raqqa in te nemen, namelijk met behulp van Syrische rebellen die door Turkije gesteund worden.

Dit voorstel werd echter om verschillende redenen van de hand gedaan. Zo hadden de Turkse bondgenoten o.m. aanzienlijk meer moeite om hun doelstellingen te halen op het slagveld, hetgeen pijnlijk duidelijk werd toen deze eenheden de stad Al-Bab probeerden te veroveren op de Islamitische Staat. Zelfs met directe steun van Turkse eenheden leden deze nog problematische nederlagen. Daarnaast kwamen verschillende van deze Syrische eenheden in opspraak door het gebruik van buitensporig geweld. Het feit dat het Turkse voorstel van tafel geveegd werd en de Turkse invloedssfeer in Syrië nu ingedamd wordt door zowel Russisch als Amerikaans ingrijpen, zint president Erdoğan helemaal niet. Hij had namelijk een aanzienlijk grotere rol voor zichzelf weggelegd in dit conflict en zal dan ook niet aarzelen om zijn kans te grijpen zodra deze zich voordoet.

Het grootste probleem is echter dat een bepaald aspect van het offensief bijna niet aangekaart wordt, namelijk het humanitaire aspect. Tot op heden werden te weinig inspanningen geleverd door de internationale coalitie om de mensen die het geweld proberen te ontvluchten, te voorzien van onderdak en voedsel op een schaal die nodig is om in hun behoeften te voorzien. Verschillende bronnen in de regio maakten dan ook al melding van de nood aan gecoördineerde hulp op een grotere schaal. De administratie van de Democratische Federatie van Noord-Syrië (Rojava) verleent reeds geruime tijd onderdak aan honderdduizenden mensen die het geweld in andere delen van Syrië probeerden te ontvluchten. Recent zijn er ook nog vluchtelingen uit Irak bijgekomen, sinds het Iraakse leger het offensief voor Mosul inzette. Voor al deze mensen is er al een aanzienlijke stroom aan goederen nodig om in hun levensonderhoud te voorzien – als daar nog eens meer dan honderdduizend mensen bijkomen die de gevechten in en rond Raqqa gaan ontvluchten, kan de situatie snel onhoudbaar worden.

De coalitie lijkt op dit vlak geen lessen te hebben geleerd van wat het offensief in Mosul met zich heeft meebracht, ondanks de waarschuwingen van hulporganisaties die probeerden alles in goede banen te leiden. Het werd duidelijk dat de opvangkampen te snel volliepen en het werd een kwestie van dweilen met de kraan open. Ondertussen wordt er al bijna acht maanden gevochten in en rond Mosul en zitten er nog enkele honderdduizenden mensen vast in vijandig gebied, waardoor de humanitaire situatie in de nabije toekomst alleen maar zal verslechteren.

Als we niet willen dat hetzelfde zich voordoet in Rojava, moeten de SDF nu internationale steun krijgen om de nodige infrastructuur, middelen, materieel en logistiek op te bouwen voordat de aanval op Raqqa echt ingezet wordt. Dit zou neerkomen op tentenkampen voor ongeveer driehonderdduizend mensen, het voorzien van drinkbaar water, voedsel, medische en psychologische ondersteuning, en nog een hele resem andere dingen om de overgang iets of wat te vergemakkelijken. Deze taken moeten ook uitgevoerd worden door ervaren mensen en specialisten, waardoor de nood aan samenwerking met verschillende hulporganisaties alleen maar dringender wordt.

Het lijkt er steeds meer op dat de leden van de coalitie, en de VS in het bijzonder, erop uit zijn om Raqqa zo snel mogelijk in te nemen. Wat ze echter lijken te vergeten is dat de strijd tegen de Islamitische Staat maar één aspect is van het veelgelaagde conflict in de regio en dat een goed uitgebouwde humanitaire infrastructuur een cruciale rol kan spelen voor de operationele doelstellingen in de regio. Zo kan het helpen om de regionale vluchtelingenstroom aanzienlijk te verminderen, hetgeen de druk op de buurlanden zou verkleinen. Daarnaast kan het de deur openen voor het afbakenen van aanvullende de-escalatiezones en kan het de politieke positie van deze partijen in het vredesproces versterken, want tot op heden werden de SDF niet uitgenodigd aan de onderhandelingstafel.

Indien het humanitaire aspect niet aangekaart wordt en het offensief op Raqqa ingezet wordt zonder dat de nodige voorbereidingen worden getroffen, lopen de SDF de kans om internationaal krediet te verliezen, doordat ze niet zullen kunnen voorzien in de noden van deze mensen. Daarnaast zou het als een potentieel motief gebruikt kunnen worden door zowel het Assad-regime als Turkije om in de toekomst nieuwe stappen te zetten om de bevrijde regio’s terug in chaos te storten.

Ondertussen is het offensief op Raqqa van start gegaan en er bestaat geen twijfel over dat de stad vroeg of laat zal vallen. Wat de gevolgen op lange termijn echter zullen zijn voor de regio en de SDF, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Dit artikel verscheen in het magazine van het Koerdisch Instituut: De Koerden (jaargang 17, N° 95, mei-juni 2017). Auteur: Bart Rombouts

X
F
E
E
D

B
A
C
K