Beste Voorzitter, de vraag voor de sluiting van het station ROJ TV, de behoefte van de 56 Burgemeesters een brief te schrijven naar de Deense Eerste Minister, Mr. Anders Fogh Rasmussen, en het tragikomisch proces tegen 50 Burgemeesters met de vraag van 15 gevangenisstraf voor elk van hen, zijn het gevolg van de anti-democratische houding ten aanzien van de Koerdische kwestie. Desondanks en in tegenstelling tot wat het bureau van de Openbare Aanklager heeft gedaan, zullen wij vandaag voor de Rechtbank, geen details over de Koerdische kwestie aanvoeren.
De Aanklager vraagt een totaal van 840 jaar gevangenisstraf voor misdaden die wij zouden begaan hebben in onze 405 woorden tellende brief. Na een ruwe berekening, betekent dit dat op elk woord 2 jaar gevangenisstraf staat. De inbeschuldigingstelling betrekt onze brief op het algemene politieke proces sinds de oprichting van de PKK Kongra-Gel en beweert dat ons schrijven een "intentionele en bewuste steun aan de Organisatie" is. Bijgevolg, voorziet de inbeschuldigingstelling in een vruchtbare voedingsbodem voor politieke polemieken. Zonder in te gaan op een van die polemieken, verwerpen wij de inbeschuldigingstelling en ontkennen de beschuldigingen die tegen ons lopen.
Niettemin, claimen wij hierbij elk van de 405 woorden van ons befaamde brief en herhalen de meningen die wij in deze hebben uitgedrukt.  Een ernstige lezing van onze brief toont dat zij, veeleer dan het simpel opeisen van een TV station, een pleidooi is voor het respect voor vrije meningsuiting binnen het kader van een institutioneel democratisch leven en verdraagzaamheid ten aanzien van dissidente stemmen. Het feit dat meningen, uitgedrukt in een brief, het voorwerp zijn geworden van een rechtszaak is tragikomisch.
Op 25 december 2006, stelde de Minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gul, het volgende: "Zij, die beweren dat verbod bij wet nog steeds bestaat, zullen zien dat zij ongelijk hebben eens de uitspraken zij gekend. Journalisten werden gevangen gezet omwille van hun artikels en burgmeester voor hun gedichten. Dit behoort nu tot het verleden" (Radikal). Wij hebben geen gedichten geciteerd, maar schreven een brief waarin we uitdrukking gaven aan de wensen van het volk dat wij vertegenwoordigen. Daarom, worden wij vandaag voor de Rechtbank geleid.
Geachte Voorzitter, Eerbare Leden van het Hof,
graag vestigen wij uw aandacht op de laatste maanden van het jaar 2005. Wij besloten een brief te richten aan de Deense Premier Mr. Rasmussen op een kritisch moment binnen de relaties tussen Turkije en Europa. Enerzijds, intensifieerden zij, die tegen de toetreding van Turkije tot de Europese Unie zijn, hun streven, anderzijds, was de positieve sfeer die volgde op de speech van de Turkse Premier Recep Tayip Erdogan in Diyarbakir in Augustus 2005 met betrekking tot de Koerdische vraag totaal verdwenen.  De gebeurtenisssen in Semdinli in November 2005 en de nieuwe anti-terror wetgeving hadden geleid tot intense controverses. In December, wakkerde de zaak van Orhan Pamuk de discussie over het artikel 301 van het Turkse Strafrecht (TPC) aan binnen de regeringskringen en tussen de regering en de oppositie. De Nationale Veiligheidsraad werd verondersteld hierin tot een overeenstemming te komen op 29 December.
Daarenboven werden de discussies over supra-identiteit/sub-identiteit, ingeleid door Premier Erdogan, fel bekritiseerd door de Generale Staf en de President van de Reepubliek. Al deze processen versterkten de bekommernissen voor een democratische en vreedzame oplossing voor de Koerdische kwestie. Het debat over de sluiting van het station ROJ TV deed zijn intrede op de agenda te midden van deze spanningen en als het hot item van de culturele rechten van de Koerden. Terwijl over het hele land de politieke spanning rees, drukten de mensen in de regio, die wij vertegenwoordigen als hun lokale gouverneurs, hun diepe bekommernis en zorg uit over de op handen zijnde sluiting van ROJ TV. Als een antwoord op de vragen van onze burgers voor het gebruik van hun culturele en democratische rechten en vertrouwend op de civiele principes van vrijheid van meningsuiting en vrijheid tout court, beslisten wij, als de lokale vertegenwoordigers, een brief te schrijven. Onze motivatie was om Turkije te helpen kleingeestige en verbiedende houdingen ten aanzien van culturele zaken te overwinnen in de vooruitgang naar de universele principes van een democratische beschaving en een reactie te ontlokken op de vragen en de verwachtingen van de mensen, die wij vertegenwoordigen. Zoals u weet, heeft ROJ TV een groot kijkerspubliek in onze regio.
De ROJ TV rechtszaak startte op het moment dat de centrale regering besliste alle democratische eisen te verwerpen en het Ministerie van Binnenlandse Zaken een onderzoek authoriseerde. De inbeschuldigingstelling is gebaseerd op rapporten voorbereid door de Inspecteurs van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, die de machten en plichten, hen toegestaan bij de wet, ver overschrijden. Dit is waarom dit proces elke wettelijke grond mist. Daarenboven, de zaken die wij hebben aangehaald in onze brief, zijn reeds meegedeeld geworden aan de regering en de andere betrokken politieke en administratieve aothoriteiten in rapporten, die onlangs door ons werden opgesteld. De meningen, die toen niet als het voorwerp van een misdaad werden beschouwd, worden nu aangevoerd als bewijsmateriaal voor de inbeschuldigingstelling van tientallen burgemeesters.
Wij beschouwen dit proces als een ongelukkig resultaat van het politiek proces dat ons er in eerste instantie toe aanzette de brief te schrijven. Zoals de inbeschuldigingstelling ook toegeeft, heeft onze brief een eerlijk democratische inhoud en is vrij van elke vorm van misdaad. Binnen dezelfde week wij onze brief verstuurden, gaven 169 intellectuelen uit Turkije een verklaring waarin ze vroegen voor de afschaffing van artikel 301 van het TPC. In dezelfde dagen initieerde de Openbare Aanklager van Beyoglu een onderzoek tegen Joost Lagendijk op basis van artikels 301 en 288 van het TPC. Wij zouden graag suggereren dat de gespannen politieke sfeer, zoals wij die kort schetsten, de contextuele achtergrond vormt voor de vraag voor de sluiting van ROJ TV, voor onze brief en de criminalisatie van deze in een proces. Wij geloven dat onze brief de weg had moeten openen naar meer politieke debatten en openingen in plaats van het voorwerp te worden van een rechtszaak. De brief had het proces van hoop, vertrouwen en wederzijds begrip, dat onze maatschappij zo broodnodig heeft, moeten bevorderen.
 
Geachte Voorzitter en Eerbare Leden van het Hof,
daar de Aanklager in zijn inbeschuldigingstelling refereert naar de culturele rechten in Turkije, vinden wij het noodzakelijk kort in te gaan op onze opinies daaromtrent. De ban op het gebruiksrecht van de culturele rechten van Turkse burgers van niet-Turkse origine is als oud als de stichting van de Republiek. Een blik op de Constitutie van 1982 alleen al toont dat de Koerdische burgers van de Turkse Republiek de laatste 25 jaar constitutioneel worden uitgesloten van de uitoefening van hun elementaire humane en culturele rechten. De erkenning van de "Koerdische realiteit" in 1991 door de toenmalige president Suleyman Demiral heeft in beperkte mate de obstakels weggewerkt voor het gebruik van de Koerdische taal in de dagdagelijkse interactie en in de culturele productie. De wetsaanpassingen of de Zesde en de Zevende Harmonisatie, goedgekeurd door het Parlement als een onderdeel van de toetreding van Turkije tot de EU, maakten voor het eerst in de geschiedenis van de Turkse Republiek uitzendingen in 2 Koerdische dialecten mogelijk. Bij verschillende aangelegenheden hebben wij steeds onze diepe appreciatie voor dergelijke democratische openingen op het vlak van de culturele rechten getoond en hebben wij het belang van nieuwe hervormingen ter ondersteuning van de reeds bestaande benadrukt opdat alle burgers van Turkse Republiek ten volle van hun culturele rechten kunnen genieten. Deze hervormingen zouden moeten gerealiseerd zijn als een reactie op de vragen en de verwachtingen van de Turkse burgers van Koerdische origine en niet omwille van de druk van de EU. Wij geloven dat het pad voor de realisatie van een sociale vrede en een duurzame ontwikkeling in Turkije en van een volwaardige Turkse buitenland politiek alleen maar mogelijk is als ook de Turkse burgers van verschillende etnische, culturele en religieuse afkomst, die tot op heden verstoken bleven van het gebruik van hun rechten, ook hun rechten krijgen en de voorwaarden worden gecrëeerd om hun effectieve deelname aan het democratisch bestuursproces te garanderen.
In het recent verleden werden mensen vervolgd voor het dragen van Koerdische namen. Anderen werden in deze rechtszalen veroordeeld voor het gebruik van de letter "W". Zoals de Premier ook toegaf in zijn speech van Augustus 2005 in Diyarbakir, de staat heeft fouten begaan onmwille van het taboe rond bepaalde zaken. Terugblikkend op het verleden, kunnen we makkelijk zeggen dat sommige taboes voorgoed doorbroken zijn. Wij hopen dat dit proces zal bijdragen tot het overkomen van andere taboes en angsten.
Hervormingen, doorgevoerd binnen het kader van de relaties EU-Turkije, zijn eenzijdig van nature. Doch, de rechten die zij garanderen, zijn administratief begrensd. Democratische campagnes en petities voor Koerdische taallessen en de erkenning van het Koerdisch als de onderwijstaal in de lagere school botsten op harde reacties van de staat en de overheidsinstellingen. Ernstige beperkingen op radio -en televisie uitzendingen zijn nog steeds van kracht. Zowel de aanvragen voor een uitzendlicentie als de uitzendingen zelf zijn onderworpen aan strikte beperkingen. Terwijl de beperkingen op de uitzendduur van culturele programma’s zoals muziek en cinema werden opgeheven, zijn de beperkingen op de nieuws en discussie programma’s nog steeds van kracht. Radio programma’s zijn beperkt tot 5 uur zendtijd per week, waarvan de maximum zendtijd per dag 1 uur bedraagt. Televisie programma’s zijn beperkt tot 4 uur per week waarvan 45 minuten per dag maximum. Ook de inhoud is strikt beperkt. Bijvoorbeeld, enkel de programma’s gericht op een volwassen publiek zijn toegelaten, programma’s die kunnen bijdragen tot taalvaardigheden, inclusief cartoons, worden administratief gestraft. De algemene uitzendregel gebiedt dat programma’s simultaan moeten ondertiteld worden in het Turks of onmiddellijk moeten worden gevolgd door een Turkse versie. Deze regelgeving maakt live uitzendingen in een taal anders dan het Turks onmogelijk en noodzaakt een voorbereiding van 2 dagen voor een uitzending van 45 minuten. Wij staan erop dat dergelijke praktijken die openlijk in strijd zijn met de universele principes van een democratische beschaving en het best kunnen omschreven worden als tragikomisch,  niet passend zijn voor een Turkije in de 21ste eeuw.
Geachte Voorzitter, Eerbare Leden van het Hof,
de inbeschuldigingstelling schendt elke vorm van legale terminologie en beleefdheidsnormen. De betreffende brief werd geschreven als de uitdrukking van de vragen en de opinies van ons volk en allesbehalve als een voedingsbodem voor extremismen. Het werd geschreven bij vol bewustzijn van democratische verantwoordelijkheid en heeft de kwaliteit een kader te scheppen voor een oplossing van problemen met betrekking tot de culturele rechten. Binnen een rechtstaat hebben de Burgemeesters her recht, net als alle andere burgers of civiele belangengroepen, af te wijken van de regeringspolitiek. Waar het verlangd wordt van de burgers zich te onderwerpen aan de regeringspolitiek, kan men bezwaarlijk spreken van een democratisch regime. Wij hebben geen enkel andere bedoeling dan gedachten uit te drukken  die wij rechtvaardig en juist achten. Als verantwoordelijke burgers en ambtenaren, zullen wij blijven onze gedachten uit drukken en onze opinies delen met betrekking tot de zaken die een vreedzame en democratische oplossing van de problemen van de mensen die wij vertegenwoordigen, bespoedigen. Wij oefenen ons recht op vrije meningsuiting uit zoal het is beschreven in de Universele Verklaring van de Mensenrechten en  het Turks nationaal Acquis. Wij staan hier voor het Hof voor het uitoefenen van dit recht. Waar het onze intentie was bij middel van deze brief de aandacht te trekken op de onschendbaarheid van het recht op vrije meningsuiting, op de blijvende noodzaak om cultuur en verdraagzaamheid te promoten, kortom op de waarde van vrije meninsguiting en democratische deelname, staan we hier als misdadigers. Binnen dit opzicht is het is het onmogelijk iets zinnigs op te maken uit de verwarring dat gezaaid wordt binnen de inbeschuldigingstelling. Deze stelt enerzijds dat de inhoud van de brief geen misdaad is maar vraagt anderzijds 840 jaar gevangenisstraf voor ons, de gedaagden. Op deze manier verlegt dit document de grenzen van de wet tot het extreme. Wij zullen niet vragen om de schorsing van de eisers of hen te ontslaan van hun plichten zoals het soms gebeurt bij andere zaken. Wij vragen om de zaak te laten vallen. Deze zaak toont op een onfortuinlijke wijze dat we nog een lange weg te gaan hebben om ons land bewust te maken van de rechten en de vrijheden van een democratische samenleving. Binnen deze bredere context, zien wij deze inbeschuldigingstelling, die ons oneerlijk en zonder grond beschuldigt, als een vorm van onverdraagzaamheid ten aanzien democratische rechten en vrijheden. Wij geloven ten stelligste dat dit eerbare hof recht zal doen door een halt toe te roepen aan deze inbreuk op onze rechten en door de vrijheid van meningsuiting, dat de basis vormt van alle andere rechten en vrijheden in een democratisch land, te beschermen.
Conclusie:
zoals uiteengezet in de brief, staan wij erop dat de verbiedende en beperkende houding ten aanzien van de culturele rechten in het algemeen en de Koerdische literatuur en de visuele media in het bijzonder zou worden opgegeven en een meer omarmende en inclusieve houding zou aannemen, die luistert naar de vragen van het volk om fundamentele rechten en vrijheden, die zouden moeten gewaarborgd worden binnen ons land.
Het probleem kan niet worden opgelost door de sluiting van ROJ TV. Zoals de inbeschuldigingstelling ook stelt, andere Koerdische televisiestations, die opereerden in het buitenland, werden reeds gesloten voor de oprichting van ROJ TV. Dit toont dat het stopzetten van de uitzendingen geen oplossing is. De oplossing van onze problemen vereist net dat Koerdisch talige programma’s worden gemaakt en verdeeld binnen dit oude land dat wij bewonen, zonder verhinderd te worden door wettelijke en administratieve beperkingen. De oplossing van onze problemen zou mogelijk gemaakt kunnen worden door het uitzenden van dergelijke programma’s vanuit Istanbul, Ankara en Diyarbakir.
Ons volk vraagt oprecht dat de Koerdische taal en cultuur, die lange tijd werden genegeerd en onderworpen aan discriminerende praktijken, worden ondersteund en aangemoedigd door de staatsinstellingen. Zoals de Eerste Minister zelf zei, is dit de enige weg om de historische fouten toegebracht aan de Koerdische taal en cultuur recht te zetten.
Geen enkele radio en televisie station zou moeten worden verbannen of gesloten. Geen brieven, geen boeken, geen gedichten, geen cartoons, geen films zouden moeten worden gestraft. De bestraffing van vreedzame producten van humaniteit is de zwaarste slag, die men democratische waarden kan aanbrengen. De praktijk van het opleggen van legale verbanningen en administratieve beperkingen aan de lengte en de inhoud van radio en televisie uitzendingen moet worden afgeschaft. Niet iedereen hoeft akkoord te gaan met de inhoud van de programma’s. Maar het stopzetten van alle programma’s van een station is een praktijk tegen dewelke we ons moeten verzetten conform de principes van de democratische cultuur.
Het recht genieten vrij een mening te kunnen uiten is een conditio sine qua non voor een democratische bevrijding. Wat wij een democratische cultuur noemen, bloeit op basis van wederzijds begrip en verdraagzaamheid. Beperkingen op vrije meningsuiting vormen de grootste obstakels voor de oprichting van een democratische cultuur en voor de verspreiding van meningen over een vreedzame oplossing van onze problemen. Wij moeten dit obstakel overwinnen.
Het bestempelen van onze meeste democratische eisen als terroristisch en de criminalisatie van onze democratische en vreedzame eisen en acties door puur politieke beslissingen verdiept de vertrouwenscrisis tussen de Staat en de burgers van Koerdische origine. Het herstel van de vetrouwensbrug tussen de twee is slechts mogelijk als de Staat een antwoord formuleert op de eisen van het volk en de nodige stappen onderneemt deze te realiseren.
Niettegenstaande beperkt, hebben de Staatsinstellingen en de Regeringsautoriteiten inderdaad belangrijke hervormingen doorgevoerd. Ons streven is om de eisen voor rechten en vrijheden van het volk te integreren in het lopende democratiseringsproces in ons land, om het democratisch hervormingsproces te completeren en Turkije te verheffen tot een niveau van democratische civilisatie dat het verdient.
Wij hopen dat het resultaat van dit proces dat ons vandaag hier heeft samengebracht buiten elke wettelijke beperkingen om en als een neveneffect van de politieke atmosfeer en het groeiende nationalistische klimaat dat ons land omgeeft, uiteindelijk zal bijdragen tot het democratisch hervormingsproces. 
 
Hoogachtend,

56 Koerdische burgemeesters van DTP (Partij voor Democratische Maatschappij)
1- Osman BAYDEMIR Mayor, Diyarbakir Metropolitan President, Union of South-Eastern Anatolia Region Municipalities

2- Husseyin KALKAN Mayor , Batman

3- Ahmet ERTAK Mayor, Sirnak

4- Metin TEKKE Mayor, Hakkari

5- Songol Erol ABDIL Mayor, Tunceli

6- Firat ANLI Mayor, Yenisehir

7-Yurdusev OZSOKMENLER Mayor, Baglar

8-Kutbettin TASKIRAN Mayor, Silvan Bayrambasi

9-Zulfikar KARATEKIN Mayor, KayapInar

10- Nadir BINGOL Mayor, Ergani

11-Abdullah DEMIRBAS Mayor, Surici

12- Sukran AYDIN Mayor, Bismil

13-Fikret KAYA Mayor, Silvan

14-Seyhmus BAYHAN Mayor, Lice

15-Abdullah AKENGIN Mayor, Dicle

16-Mehmet KAYA Mayor, Kocakaya

17-Esat ONER Mayor, Batman Gercus

18-Murat CEYLAN Mayor, Siirt Kurtalan

19-Seyfettin AYDIN Mayor, Siirt Gokbasi

20-Ethem SAHIN Mayor, Urfa Suruc

21-Emrullah CIN Mayor, Viransehir

22-Ismail ARSLAN Mayor, CeylanpInar

23-Huseyin OGRETMEN Mayor, Halfeti

24-Aydin BUDAK Mayor, Cizre

25-Resul SADAK Mayor, Idil

26-Muhsin KONUR Mayor, Silopi

27-Gulcihan SIMSEK Mayor, Van Bostanici

28-Hursit TEKIN Mayor, Semdinli

29-Faik DURSUN Mayor, Beytussebap

30-M.Salih YILDIZ Mayor, Yuksekova

31-Hursit ALTEKIN Mayor, Hakkari Esendere

32-Ayhan ERKMEN Mayor, Mardin Dargecit

33-Cihan SINCAR Mayor, Kiziltepe

34-Molla SIMSEK Mayor, Konya Cihanbeyli Gulyazi

35-Ramazan KAPAN Mayor, Mardin Derik

36- Nuran ATLI Mayor, Mazidagi

37-Mehmet TANHAN Mayor, Nusaybin

38-Ayhan ERKMEN Mayor, Kars Digor Dagpinar

39-M.Selim DEMIR Mayor, Batman Bekirhan

40-A. Kadir AZAOGLU Mayor, Kiziltepe Senyurt

41-A.Kerim ADAN Mayor, Mardin YalImlI

42-Zeyniye ONER Mayor, Savur

43-Demir CELIK Mayor, Mus Varto

44-Tahir KAHRAMANER Mayor, Malazgirt

45-Ali YILDIZ Mayor, Malazgirt

46-Orhan OZER Mayor, BulanIk Gedik

47-Mukaddes KUBILAY Mayor, Dogubeyazit

48- M.Nezir ARAS Mayor, BulanIk

49-Nusret ARAS Mayor, Igdir HoShaber

50- Leyla GUVEN Mayor, Adana Seyhan Kayadikili

51-Muzaffer YONDEMLI Mayor, AydIn Ovaeymir

52-Osman KESER Mayor, Adana YakapInar

53-Hasan KARAKAYA Mayor, Yaylakonak

54-Seyfettin ALKAN Mayor, Batman BalpInar

55- Burhan KORHAN Mayor, Batman Besiri

56- Fahrettin ASLAN Mayor, Besiri

X
F
E
E
D

B
A
C
K