“Mijn zoon verkocht fruit op straat toen er ineens veertig gewapende en gemaskerde mannen op hem af stormden”, vertelt vader M. “Ze sloegen hem op zijn hoofd, trapten hem tegen de grond en sleepten hem daarna in een busje. Hij was een week eerder op een demonstratie geweest. De politie liet hem daarvan beelden zien. Hij was erbij. Later heeft mijn zoon verteld dat hij al twee jaar lang werd bedreigd. Als hij op straat liep, kwam er een politiewagen langsrijden. Agenten waarschuwden dat hij dood gemaakt zou worden als hij door ging met zijn activiteiten.” De zoon van M, R is zeventien jaar. Hij zit al twee jaar vast en heeft er nog zes te gaan. “Ze stoppen elke dag haren in de soep”, vertelt zijn moeder, “ze doen er alles aan om je te pesten en te vernederen.” R zit met twintig anderen op een cel. Soms moeten ze een bed delen. “R vertelt dat er overal kakkerlakken en andere insecten lopen”, zegt zijn vader. “Als we op bezoek gaan, één keer per week, dan moeten we in een cabine met een glazen ruit zitten. Je moet dan door een telefoon met elkaar praten. Je kunt elkaar niet aanraken, dat mag maar één keer per maand. Drie kwartier. Je mag ook niets meenemen voor hem. Alleen kleren, maar geen gekleurde, ze mogen alleen zwart dragen. Water om te douchen is er maar drie uur per week. En dan sluiten ze express de koud waterkraan zodat het water te heet is om er onder te staan. De jongens vangen het water op in jerrycans en laten het dan afkoelen. R gaat niet naar school en mag ook niet sporten, de ‘terroristische’ kinderen zijn uitgesloten van alle activiteiten. Mijn zoon is helemaal kapot gemaakt. De psychologische druk is te groot. Ik herken hem niet meer.”

In een recent rapport uit Amnesty International haar zorgen over de duizenden kinderen in Turkije die gearresteerd zijn op beschuldiging van het deelnemen aan terroristische activiteiten. Deze kinderen worden vervolgd onder de antiterrorismewet, veelal voor het maken van propaganda voor terroristische organisaties. Amnesty stelt vast de veroordelingen van deze kinderen gebaseerd zijn op mager bewijs. Gangbaar als bewijsmateriaal zijn video-opnames en foto’s van demonstraties of de bewering van een politieagent dat een kind aanwezig was bij een demonstratie. Amnesty maakt zich ook zorgen over de berichten dat kinderen in gevangenissen slecht behandeld worden, dat kinderen soms samen met volwassenen gedetineerd worden, en dat ze vervolgd worden door rechtbanken voor volwassenen.

Duizenden minderjarige ‘terroristen’
Bij de demonstraties die volgden op de begrafenis van vier mensen die vermoord waren vanwege vermeend lidmaatschap van de PKK, op 28 maart 2006, vielen tien doden, onder wie zes kinderen. De gebeurtenissen vormden voor de Turkse overheid de aanleiding om de antiterrorismewet aan te passen opdat voortaan ook kinderen, vanaf vijftien jaar, onder deze wet berecht konden worden bij de ‘heavy penal courts’  die tot dan toe alleen zaken van volwassenen behandelden. Die aanpassing ging op 29 juni 2006 in werking. In 2003 was juist met een wetswijziging de vervolging van kinderen onder de staatsveiligheidsrechtbanken gestopt. Voortaan zouden alle kinderen onder het jeugdstrafrecht vallen. Dit werd nog eens bekrachtigd met een nieuwe Kinderbeschermingswet in 2005 waarin staat dat alle kinderen, onafhankelijk van hun leeftijd of de aard van de overtreding, worden berecht door jeugdrechtbanken. Met de aanpassing van de antiterrorismewetgeving in 2006 is op dit beginsel dus een grote en ingrijpende uitzondering geformuleerd. De wijziging houdt ook in dat uitspraken niet in het openbaar bekend gemaakt en dat het omzetten van vrijheidsstraffen in alternatieve straffen niet is toegestaan.

In 2006 werden al 304 jongeren onder de aangepaste antiterrorismewet vervolgd, in 2006 en 2007 samen 724 jongeren. Het Kurdish Human Rights Project noemt in een rapport van januari 2010 een cijfer van ongeveer 3000 voor terrorisme vervolgde minderjarigen in september 2009. Honderden kinderen hebben gevangenissenstraffen opgelegd gekregen van zes tot vierentwintig jaar voor het dragen van spandoek, het roepen van een naam. Het politiegeweld tijdens demonstraties ging door. In april 2009 verloren daarbij een 14-jarige jongen en een 8-jarig meisje hun leven.

Demonstratie als speeltuin
De kinderen die vervolgd worden omdat ze bij een demonstratie waren waar steun voor de PKK werd uitgesproken, krijgen geen onafhankelijk onderzoek naar hun eventueel ‘terroristische’ ideeën. Dankzij een uitspraak van de Algemene Strafkamer van het Gerechtshof van 4 maart 2008 handelt iedereen die deelneemt aan een demonstratie waartoe volgens de autoriteiten de PKK heeft opgeroepen, in naam van de PKK. Het onderzoeken van individuele motieven is daarna niet meer nodig. Onder dit soort demonstraties vallen ook die voor het verbod op de pro-Koerdische DTP, inmiddels BDP, of voor de mensenrechtenvereniging IHD, Newroz vieringen en politieke bijeenkomsten. UNICEF Turkije stelt dat dit een onterechte evaluatie is van de beweegredenen van de kinderen en heeft zelf een inventarisatie gemaakt van de motieven die kinderen hebben om aan demonstraties deel te nemen. Naast het gehoor geven aan de oproep van politieke partijen, bivakkeren sommige kinderen nou eenmaal op straat en zijn dan automatisch aanwezig bij de bijeenkomsten, voor hen is een demonstratie de enige vorm van vermaak. Anderen weten en krijgen geen enkele andere manier om hun mening kenbaar te maken of worden gedreven door de moeilijke levensomstandigheden waarin ze verkeren.

Vervolging in de breedte
De vervolging van kinderen voor ‘terroristische’ activiteiten gaat gepaard met de vervolging van hun advocaten en de mensen die zich bij mensenrechtenorganisaties voor hen inzetten. Sinds april 2009 zijn meer dan 5000 mensen gearresteerd en gevangen gezet vanwege hun politieke activiteiten, onder hen 25 gekozen burgermeesters en de meeste prominente leden van de mensenrechtenorganisatie IHD. Osman Baydemir, voormalig voorzitter van de IHD in Diyarbakir en nu burgemeester van die stad, vraagt aandacht voor de in zijn ogen ridicule manier waarop bewijs verzameld wordt: “Er zijn zaken bekend waarbij de politie beweerde angstzweet te ruiken en dat als ultiem bewijs voor de terroristische bedoelingen van een kind geaccepteerd kreeg. Andere werden gearresteerd omdat ze citroenen – tegen traangas – bij zich hadden.” Zelf werd Baydemir ook vaak verhoord. Belangrijkste klacht was de laatste keer dat hij een advocaat van de IHD had. Die advocaat zit zelf nu gevangen, hem werd verweten Baydemir te verdedigen.

Justice for Children
Een grote coalitie van meer dan vijftig organisaties van advocaten, mensen- en kinderrechtenactivisten, huisartsen en jongeren hebben zich verenigd in het ‘Justice for Children Initiative’ die succesvol aan weg timmert om de vervolging van deze kinderen aan de kaak stellen. Zo dienden zij een rapport over deze kwestie in bij het VN-Comité voor de Rechten van het Kind dat in oktober 2009 aanbevelingen voor Turkije formuleerde over de implementatie van het ‘optional protocol to the Convention of the Rights of the Child on the involvement of children in armed conflict’. Het VN-Kinderrechtencomité is zeer bezorgd over de wetswijziging waarmee kinderen onder de antiterrorismewet vervolgd kunnen worden en in het bijzonder over de levenslange gevangenisstraf die kinderen kunnen krijgen. 

Kinderrechten
De manier waarop de kinderen in Turkije voor terroristische activiteiten worden vervolgd en de detentieomstandigheden zijn niet in lijn met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). In artikel 37 IVRK staat dat kinderen niet onderworpen mogen worden aan een vernederende behandeling, dat detentie een uiterste maatregel moet zijn die zo kort mogelijk duurt en dat kinderen niet levenslang van hun vrijheid mogen worden beroofd. Verder moeten kinderen goed contact met hun ouders kunnen houden. In artikel 40 IVRK staat onder meer dat kinderen die vervolgd of veroordeeld worden voor een strafbaar feit op een wijze behandeld moeten worden die geen afbreuk doet aan hun gevoel van waardigheid en eigenwaarde, rekening houdt met hun leeftijd en dat die behandeling gericht moet zijn op herintegratie in de samenleving. Al deze beginselen worden geschonden in Turkije.

Ook de gemeenteambtenaar
Turkije vervolgt niet alleen de kinderen, hun advocaten en mensenrechtenbeschermers maar ook de doorsnee gemeenteambtenaar die het waagt over hen te schrijven. Dat overkwam O vorige zomer. Zij is beleidsmedewerker sociale projecten met een focus op straatkinderen. “Ik lag nog te slapen, had niet zoveel kleren aan. Het was rond vijf uur, mijn moeder was net op voor het ochtendgebed”, vertelt O. “Er werd op de deur gebonsd, mijn moeder deed open. Zo’n twintig gemaskerde mannen met geweren stormden het huis binnen. Vier uur lang doorzochten ze alles. Een man hield zijn wapen tegen mijn hoofd. Mijn computer, camera en mp3 werden meegenomen en ik ook. Ik heb vier dagen in een cel gezeten en werd urenlang ondervraagd. De agenten vroegen waarom ik dit werk deed, dat ik toch slim genoeg was om in het westen van Turkije te gaan werken. Dat mijn ouders niet arm waren en dat ik gek was dat ik me twaalf uur per dag inzet voor dit soort kinderen. Er is niet eens een proces gestart, het was pure intimidatie. Meer niet.”

Militanten kweken
Advocate Kesban Yilmaz is een van de advocaten die zich inzet voor het ‘Justice for Children Initiative’. Ze vindt niet alleen de vervolging en bestraffing van kinderen die van ‘terroristische’ activiteiten verdacht worden een schending van kinderrechten maar ook de moeilijke omstandigheden waaronder zij in de gevangenis moeten leven: “Het eten is slecht, de hygiëne gruwelijk en gezondheidszorg is er niet. De kinderen gaan niet naar school.” De advocaten krijgen geen overheidssteun, de kinderen kunnen een door de overheid toegewezen advocaat krijgen maar dat zijn niet de experts in kinderrechten. De advocaten van het initiatief werken gratis en betalen daar ook voor omdat ze voor elke zaak die ze aannemen wel belasting moeten betalen. Kesban Yilmaz vraagt k aandacht voor de nazorg. Die is er niet. Als de kinderen uit de gevangenis komen, kunnen ze vaak niet meer op school terecht omdat de schoolleiding geen ‘terroristische’ kinderen durft in te schrijven. Het meeste maakt Yilmaz zich zorgen om de identiteitsverandering die deze kinderen doormaken in de gevangenis: “Je wordt zo ontzettend vernederd en hard aangepakt dat het niet anders kan of je komt als kind òf heel depressief òf – en dat zijn de meesten – enorm militant uit de gevangenis. In feite veroordeelt de overheid veel van deze kinderen tot gewapend verzet. Velen gingen onschuldig en onwetend de gevangenis in en komen er als ferme strijders uit.”

*Carla van Os is jurist en werkt bij Defence for Children International Nederland.

Bronnen
Summary of Amnesty International’s concerns in Turkey. July to December 2009. Amnesty International, 8 maart 2010. http://www.amnesty.org/en/library/asset/EUR44/004/2010/en/807d1f82-d208-4eeb-b8a2-946eb2194643/eur440042010en.pdf.

The Kurdish Human Rights Project: The Situation of Kurdish Children in Turkey. Fact-finding mission and research report. KHRP, Januari 2010. http://supportkurds.org/reports/khrp-publish-children%E2%80%99s-rights-report-and-manual-on-human-rights-complaints/

Considerations of the reports submitted by state parties under article 8 op the optional protocol to the Convention on the Rights of the Child on the involvement of children in armed conflict. Committee on the Rights of the Child, 2 oktober 2009. UN doc CRC/C/OPAC/TUR/CO/1.

Children are not terrorists! NGO report to the Committee on the Rights of the Child on Juvenile Justice and Armed Conflict in Turkey. Justice for Children Initiative in Turkey, april 2009.

Field Visit Report on Children Deemed to be Terrorist Offenders for Participating in Demonstrations. UNICEF Turkije, 2009.

 

 

X
F
E
E
D

B
A
C
K