"De VSA stonden achter de anti-PKK-operaties in de EU", zo verklaarde V.S-diplomate Shari Villarosa, vice-coördinator van het National Counterterrorism Center van het Amerikaanse State Department, op 18.03.10 in Ankara aan de pers.

1. Was het aan de Raad bekend dat de VSA er bij de Europese instanties sterk op aangedrongen heeft om acties te ondernemen tegen de PKK, zoals S. Villarosa publiek verkondigde, en ook dat samenwerking tussen Turkse en Europese, wetambtenaren, aanklagers en wetshandhavingambtenaren door de VSA aangemoedigd werd?

2. Was het aan de Raad bekend dat bij de politieoperaties tegen de Koerdische gemeenschappen in Europa er in België o.a. een inval zou gebeuren in de studio’s van de Koerdische satellietzender ROJ TV, het enige wapen van de Koerden om hun vrije meningsuiting te waarborgen?

3.  Acht de Raad het niet strijdig met de persvrijheid dat een informatiebron als ROJ TV, die uitzendt conform  de wettelijke normen, grotendeels uitgeschakeld wordt als gevolg van het baldadig en brutaal vernielingsgedrag van de politie?

4. Vindt de Raad het niet pijnlijk dat de oproep van het Europees Parlement van 10.02.10 tot de Europese regeringen om ‘ervoor te zorgen dat de antiterreur-wetgeving niet wordt misbruikt om fundamentele vrijheden, in ‘t bijzonder  de vrijheid van meningsuiting, in te perken’ zo vlug met voeten getreden wordt? Was de Raad op de hoogte van de actieve medewerking van Turkse politiediensten aan deze operaties en meent de Raad niet dat op deze wijze de indruk gewekt wordt dat autoriteiten in Europa fungeren als een actief verlengstuk voor de culturele en politieke onderdrukking van Koerden door een ‘bevriende’ staat?

5. Vreest de Raad niet dat pogingen tot criminalisering van de Koerdische bevrijdingsbeweging een averechts effect zullen teweegbrengen en in de plaats van het streven naar een vreedzame en democratische dialoog kansen te geven eerder zal leiden tot radicalisering en extremisme nieuw voedsel zal geven?

Het antwoord van de EU-Raad valt uiteen in 2 luiken:
– enerzijds geeft men in antwoord op vraag 1 toe dat de Raad op de hoogte was van acties tegen de PKK  en dat die acties besproken zijn in de bevoegde Raadsinstanties op intitiatief van de coördinator voor terrorismebestrijding (de VS-diplomate S. Villarosa ?) en verantwoordt de Raad die acties omdat de PKK door de EU op de lijst van de terroristische organisaties geplaatst is en dat de EU-lidstaten verpicht zijn om op te treden tegen dergelijke organisaties;
– anderzijds worden de vragen 2 tot 6 afgedaan met de stelling dat de Raad niet kan tussenkomen inzake de verantwoordelijkheid van de lidstaten betreffende handhaving van de openbare orde en de bescherming van de veiligheid.
 

X
F
E
E
D

B
A
C
K