De Turkse bocht komt er omwille van macht en imago, zegt Dirk Rochtus. Rochtus doceert internationale politiek aan de KU Leuven – Campus Antwerpen. Hij publiceerde in 2011 het boek ‘Turbulent Turkije’.

Van over de hele wereld vielen verwijtende blikken op de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. De sterke man van Turkije zou de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) de vrije hand hebben gelaten in een duister machtsspel. Er circuleerden beelden van IS-militanten die zich vrijelijk bewogen in Turkse steden, gewonden onder hen werden verzorgd in Turkse ziekenhuizen en staken daarna ongemoeid de grens naar Syrië over. Allemaal aanwijzingen leken het dat Turkije IS had gevoed. Plotseling is er dan de verklaring van Erdogan afgelopen weekend dat Turkije zich aan de zijde van de internationale coalitie tegen IS wil scharen.

Een bocht? Of toch niet? Had Erdogan niet ooit gezegd dat “we een andere weg zouden inslaan van zodra onze gijzelaars gered waren”? Zolang IS 49 Turken sinds hun ontvoering in Mosul in juni van dit jaar gijzelde, was de Turkse regering aan handen en voeten gebonden. Dat begreep de wereldpublieke opinie nog wel, maar niet dat IS-militanten ongehinderd rondliepen op Turkse bodem. De gijzelaars zijn nu weer vrij, niemand weet of en zo ja, welke prijs Ankara heeft betaald voor hun vrijlating. Maar zelfs dan weerhoudt het de Turkse bewindvoerders er niet van het geweer nu van schouder te veranderen.

De grote vraag is waarom. Ligt het antwoord misschien besloten in de uitspraak van Ahmet Davutoglu, de Turkse premier, dat “de beschaving die de islam en de islamitische gemeenschappen hebben ontwikkeld, niet kan worden gekoppeld aan IS”? De academicus Davutoglu geldt als vrome moslim. Lijdt hij eronder dat IS het beeld van de islam besmeurt in de ogen van de wereld? Maar we mogen ook niet vergeten dat Davutoglu als voormalig minister van Buitenlandse Zaken de architect van de Pax Ottomana was, de idee dat Turkije een leidende rol op zich moest nemen in het Midden-Oosten en goede betrekkingen moest aangaan met de buurlanden vanuit een gedeelde geschiedenis en geografie. De politieke geografie van dat Midden-Oosten bestaat bij de gratie van de grenzen die Groot-Brittannië en Frankrijk in 1916 met het Sykes-Picotverdrag hebben getrokken. Laat het nu net IS zijn dat die grenzen in twijfel trekt door de droom om een kalifaat op te richten dat de huidige staten in de regio overstijgt of zelfs overspant.

Geschokt
Hetzelfde Turkije dat in 1924 op initiatief van Mustafa Kemal Atatürk het kalifaat heeft opgedoekt, is bereid militaire actie te ondernemen tegen IS, althans, als het Turkse parlement daarvoor op 2 oktober het licht op groen zet. Handelen de Turkse leiders vanuit ideologische overwegingen naar analogie met de stichter van de republiek Turkije? Terwijl Atatürk het kalifaat als seculier denkende politicus wegwilde, willen nu de huidige Turkse staatsmannen de strijd aangaan omdat ze geschokt zijn door de onmenselijke wreedheden die IS begaat? Misschien is het niet zozeer de moraal dan wel de macht die hen noopt tot ingrijpen. Voor Turkije zijn de grenzen van na de Eerste Wereldoorlog onaantastbaar. Geen morzel grond zou het land na zijn stichting nog afstaan: die opvatting bepaalde decennialang de strijd van het Turkse establishment tegen de Koerdische afscheidingsbeweging PKK. Toen de PKK liet uitschijnen genoegen te nemen met Koerdische autonomie binnen Turkije, kon een vredesproces tussen Ankara en die ‘beweging’ op gang komen.

IS trekt zich niets aan van de bestaande grenzen en zijn opmars heeft bovendien als neveneffect dat Koerdische staatsvorming dichterbij komt. De Syrische Koerden hebben aan de grens met Turkije autonomie in drie gebieden, samen Rojava, verworven. De aanval van IS op de Syrisch-Koerdische stad Kobani en de omliggende dorpen kwam Turkije strategisch gezien niet ongelegen. Rojava wordt immers bestuurd door de PYD, een met de PKK verwante partij. Maar de vluchtelingenstroom betekent ook een zware belasting voor Turkije.

Ook wint de PYD aanzien in de wereld in haar afweerstrijd tegen IS. Hetzelfde geldt voor het imago van de PKK, die de religieuze minderheid van de Ezidi’s in het Sinjargebergte wist te beschermen tegen IS. Ook de Kurdish Regional Government in het noorden van het wankele Irak speelt met de gedachte aan onafhankelijkheid. Een Turks engagement tegen IS past in het denkkader van Ankara over regionale stabiliteit en veiligheid. Als het noorden van Syrië tot een bufferzone, zelfs een no fly-zone, zou worden uitgeroepen, zou dit weleens de Koerdische autonomie aldaar kunnen fnuiken.

X
F
E
E
D

B
A
C
K