1. Evaluatie van verkiezingen in Turkije (Nina Henkens)
De verschillende politieke partijen verkeren sinds februari dit jaar in verkiezingssfeer. Het geweld tegenover de Koerden nam in die periode toe. Onder andere enkele kinderen werden hier het slachtoffer van. Ook voerde men de militaire acties tegen de PKK op. BDP reageerde hierop met ‘acties van burgerlijke ongehoorzaamheid’. De partij organiseerde enkele zitacties die telkens door de politie werden neergeslagen. BDP plaatste ook 60 onafhankelijke kandidaten voor op haar kieslijsten, om de kiesdrempel van 10% te kunnen vermijden.
Ongeveer een maand geleden besliste de Turkse Hoge Raad voor Verkiezingen dat 6 Koerdische BDP kandidaten niet mochten deelnemen aan de verkiezingen. Daarop braken felle protesten uit, met twee doden en 800 arrestaties als gevolg. Uiteindelijk herriep men de beslissing voor 5 van de 6 kandidaten.
De AKP boekte een grote verkiezingsoverwinning, 50 %.  Ook de Kemalistische partij (CHP) scoorde goed met 26% van de stemmen. De ulranationalistische MHP bleef met 13 %. De BDP ging van 21 naar 36 zetels, een grote overwinning. Het is belangrijk de moeilijke omstandigheden te benadrukken waarin BDP dit resultaat neerzette. De acties en tegenwerkingen van de staat tegen de BDP en het feit dat een groot deel van het BDP electoraat ongeletterd is, heeft de partij er niet van weerhouden toch flink te groeien. We kunnen dus spreken van een goed resultaat. Hoewel de AKP het goed deed, wist ze geen 2/3de meerderheid te behalen. Als Erdogan de grondwet wil veranderen zal hij dus moeten overleggen en onderhandelen met de andere partijen in het parlement.
Enkele dagen na de verkiezingen besliste men dat enkele BDP gekozenen niet naar het parlement mochten (cfr. herroepen beslissing om zes BDP kandidaten te verbieden op de lijst te staan). Dit op basis van vroegere veroordelingen. BDP reageerde daarop met een boycot. Het kondigde aan dat er geen enkele BDP gekozene naar het Parlement zou gaan. BDP stelt duidelijk dat het met die actie het ondemocratische systeem wil boycotten, niet het parlement zelf. Het benadrukt in dat verband dat het parlement een middel tot oplossing voor de Koerdische Kwestie kan zijn. Vandaar het systeem- en geen parlementsboycot.
BDP benadrukt hierbij twee zaken:
1. Er moet een regeling uitgewerkt worden die BDP gekozene Hatip Dicle toelaat in het Parlement te zetelen. In 2002 zette men ook voor Erdogan dergelijke regeling op, toen hij uit het parlement geweerd dreigde te worden.
2. Alle BDP gekozenen hebben het wettelijke recht om in het parlement te zetelen.
3. Een hoog percentage van de Koerdische bevolking krijgt geen vertegenwoordiging indien men de 6 verkozen parlementsleden boycot.
BDP wacht nu op een stap van de premier Erdogan om de ban tegen enkele van haar gekozenen om te zetelen in het parlement, op te heffen.
Niemand weet goed hoe het nu verder moet. KNK maakte de opmerking dat, nadat de PKK opnieuw eenzijdig een staakt het vuren afkondigde, afgevaardigden van de regering gesprekken met Ocalan opgestart hebben, om tot een protocol van oplossing voor de Koerdische Kwestie te komen. Dit is uiteraard een belangrijke ontwikkeling. Als de Turkse staat de BDP hindert om (al) haar zetels in het parlement op te nemen, kan dit die gesprekken ernstig verstoren. In Juli wil de regering beslissen of ze het protocol accepteert of niet.
CHP zit in dezelfde situatie, het kreeg te horen dat 3 van haar gekozenen niet naar het parlement mochten.

2. Start proces tegen de Koerden in Frankrijk; (KNK)
KNK stelde dat de Franse acties de Koerden en hun instellingen onterecht criminaliseren. Je ziet dezelfde tendens in verschillende Europese landen: België, Duitsland, en nu Frankrijk (Parijs). Overal ondernemen overheden acties tegen Koerdische instellingen.  KNK vraagt zich af wat Europa eigenlijk wil. De vergadering vraagt zich ook af hoe het mogelijk is dat Turkije’s invloed  zo ver reikt. De Europese landen spelen het spel van Turkije gewoon mee. Dit ondanks het feit dat er amper bewijzen zijn voor de aantijgingen tegen de Koerdische instellingen. Een jaar na de inval bij ROJ TV in Denderleeuw bijvoorbeeld, is nog geen enkel bewijs gevonden die de verantwoordelijken kan in problemen brengen.
Nina Henkens stelde daarop dat Europa (in het verleden) ook een positieve invloed heeft gehad, inzake mensenrechten etc.,.. Zeker toen men nog volop achter lidmaatschap van Turkije bij de EU stond. De laatste jaren, gelijklopend met verminderd Europees enthousiasme voor Turks lidmaatschap, is dit echter fel verminderd. Dat zorgde voor ontgoocheling in Turkije. Tegelijk beseft men dat Europa een formidabele hefboom kan zijn om dingen in beweging te brengen, te veranderen.
Henkens veroordeelde daarnaast de hypocriete houding van de EU. In verschillende rapporten over Turkije pleit Europa voor meer mensenrechten, democratie, autonomie voor de minderheidsgroepen in Turkije. In de beleidspraktijk loopt Europa echter de ‘war on terror’ politiek achterna. En in Turkije leidt die ‘anti- terreurpolitiek’ net tot de mensenrechtenschendingen die Europa op papier veroordeelt. Opkomen voor je eigen taal, streven naar meer autonomie,… zijn zaken die men in Turkije onderdrukt. Hugo Van Rompaey voegde hieraan toe dat de Koerden nog altijd in een adem met terrorisme vermeld worden. Door hierin mee te gaan, heulen de verschillende Europese regeringen mee met het Turkse regime. In essentie volgt Ankara slechts 1 lijn: die van het staatsnationalisme (één volk, één land, taal, één vlag). Alles wat hiervan afwijkt bestempelt men als terrorisme. Op een hardnekkige manier neemt men ook buiten Turkije dat discours over, aldus Van Rompaey. Van Rompaey riep de Belgische parlementairen nogmaals op dit verhaal te laten klinken bij hun achterban.
Jan Béghin bekritiseerde ook de manier waarop de Koerden in de media komen. Bij de laatste verkiezingen duurde het heel lang vooraleer men berichtte over de grote BDP overwinning in Turkije.  De resultaten van alle de andere partijen waren wel snel in het nieuws. Rond de BDP- uitslag berichtte men laattijdig en slechts zeer beknopt. Dat vond de voorzitter zeer merkwaardig.
3. Situatie in Irak
Nu weinig informatie over Irak beschikbaar. De enige constante die men in de vergadering kon herhalen was de aanhoudende interne verdeeldheid onder de Koerden in de Autonome regio. Binnenkort verschijnt hier een rapport over dat naar alle IWK- leden zal worden doorgemaild.

4. Situatie in Syrië
In Syrië controleren nog altijd twee takken die het land: de militairen en de geheime politie. Assad gebruikt alle middelen om aan de macht te blijven. Sinds het begin van de onrusten in het land vielen al 1500 doden.
De belangrijkste Koerdische oppositiepartijen kwam onlangs samen op een grote vergadering en formuleerde zes fundamentele eisen t.a.v. het regime:
1. Vrijlating van alle politieke gevangenen
2. Kans om vrij te kunnen werken in het land
3. Noodwet moet opgeheven worden
4. Vrijheid van expressie
5. Nieuwe grondwet met meer democratische rechten
6. De staat moet de Koerden in de grensstreek respecteren
Ze stelden zich ook de vraag of, en zoja hoe ze zich best als eendrachtige oppositie konden organiseren. Die vraag houdt verband met nog een andere vraag; zal Assad zijn uitgesproken beloftes nakomen? Derwich M. Ferho reageerde hierop met de stelling dat het een illusie is te denken dat Assad zijn beloftes zal nakomen. Het Westen en bijna iedereen die de ontwikkelingen op volgt, wil Assad weg, en de Syrische oppositie wacht op de uitvoering van de beloftes van Assad? M. Ferho begreep niet dat men hierop wil/kan wachten.
Men stelde daarop dat de Syrische oppositie slecht georganiseerd is, en dus niet veel kán ondernemen. Men heeft bovendien ook schrik dat het Moslimbroederschap aan de macht zou komen, als Assad vertrekt. Men heeft dus wel enig vertrouwen dat er veranderingen mogelijk zijn. Derwich M. Ferho vindt dat een naïeve houding. Assad moet weg, anders zijn geen hervormingen mogelijk, zo stelt hij.
Voorts blijven de Koerden deelnemen aan de manifestaties in Syrië. Afhankelijk van het Koerdische inwonersaantal wisselt hun bijdrage van streek tot streek. De regering tracht ondertussen een soort van ‘ceinture Arabe’ te vormen. Men wil de Koerdische gebieden economisch van afsluiten van de buitenwereld en ook cultureel blijft men de Koerden in Syrië miskennen en onderdrukken.
5. Situatie in Iran (Kawe Ahengeri)
De Koerden blijven, zeker aan de grenzen, onderdrukt. In de grensstreken verhandelt men verschillende soorten goederen (elektronica, glazen, thee, alcohol,..). Meestal is dit de enige bron van inkomsten voor de Koerden daar, en dus de enige bron van overleven. Iran gebruikt deze ‘illegale handel’ echter als aanleiding en rechtvaardiging om de bevolking in de streek zwaar aan te pakken. Ook in het binnenland blijven de arrestaties en ophangingen van mensen uit de oppositiebeweging doorgaan. Mousavi en Karroubi staan nog steeds onder huisarrest.
De sterkste en best georganiseerde oppositie situeert zich buiten Iran. Onlangs presenteerde de groene beweging een tweede manifest. Voor de Koerden viel dit manifest slecht. Het zette een stap terug in de rechten voor Koerden, linkse oppositie,… Op dit moment werken de verschillende oppositiegroepen los van elkaar. Een conferentie in Londen verzamelde onlangs al die oppositie (vrouwen, studenten, Koerden, Arabieren,…). Enkele breuklijnen tekenden zich hierop af. Zo pleit de Koerdische oppositie voor een federaal systeem, terwijl de Groene beweging voorstander is van een 1 centrale regering. Toch is de verwachting dat de buitenlandse oppositie op korte termijn (binnen enkele maanden) één alliantie zal vormen.
In Teheran rommelt het intussen tussen de twee grote machthebbers, Ahmadinejad en Khamenei. Beide hebben hun macht verankerd in een trouwe achterban en veiligheidsdiensten. Khamenei is baas in het SEPA- leger. Die tak controleert maar liefst 80% van de economische investeringen in Iran. Het is op die manier baas in economische sleutelsectoren. Het officiële BBP van Iran bedraagt ongeveer 80 miljard dollar. SEPA heeft echter een hand in economische sectoren in Iran, die allen samen maar liefst 140 (!) miljard dollar waard zijn. Dat zijn onwaarschijnlijk hoge cijfers. De onenigheid tussen de twee belangrijkste leiders in het land kan positief uitdraaien voor de oppositie.
6. Praktisch
De volgende vergadering was gepland voor 6/09/2011. Die zal echter niet doorgaan. De daaropvolgende vergadering van 25 oktober zal wel gewoon doorgaan.

X
F
E
E
D

B
A
C
K