Wij stellen vast dat de jarenlange strijd van de mensen zonder papieren eindelijk vruchten heeft afgeworpen. De situatie was onhoudbaar geworden en het is niet meer dan logisch dat er eindelijk opnieuw een regularisatie komt. De nieuwe aanpak steunt op twee pijlers: één gebaseerd op tewerkstelling en één die de individuele regularisatie zoals ze reeds werd toegepast, flink uitbreidt. In de werkpijler vinden we enerzijds de economische immigratie, en anderzijds – en dit is nieuw – de mogelijkheid voor de mensen zonder papieren om verblijfsrecht te krijgen op basis van werk. Zij moeten dan wel duurzaam in België wonen sinds 31 maart 2007 en een vaststaand werkaanbod hebben of kunnen beginnen als zelfstandige. Deze belangrijke en toe te juichen nieuwigheid is natuurlijk een gevolg van de vraag om arbeidskrachten van de werkgeversorganisaties. Hierbij is het dus opletten geblazen voor mogelijk machtsmisbruik door de werkgevers.
De tweede pijler bestaat uit drie onderdelen: de regularisatie omwille van ziekte, na een langdurige procedure en wegens een prangende humanitaire situatie. Tot nu toe hield men voor het criterium langdurige procedure enkel rekening met de asielprocedure op zich, die drie of vier jaar (respectievelijk voor mensen met en zonder kinderen) moest geduurd hebben om kans te maken op regularisatie. Vernieuwend in het regeerakkoord is dat nu ook de procedure bij de Raad van State en/of een eerdere regularisatieprocedure (‘9.3’) na een asielaanvraag wordt meegerekend; dan is een duur van vier of vijf jaar vereist. Wij pleiten ervoor dat dit criterium permanent wordt gemaakt en dat in de toekomst ook de termijn van nieuwe regularisatieprocedures (‘9 bis’ en ‘9 ter’) in aanmerking wordt genomen. Bij de beoordeling van een ‘prangende humanitaire situatie’ wordt rekening gehouden met kennis van een van de landstalen, de schoolloopbaan en inburgering van de kinderen, het werkverleden en de werkbereidheid en tevens het uitzicht op werk. Voor de mensen zonder papieren is dit een belangrijke overwinning aangezien bijvoorbeeld met de integratie tot nog toe quasi geen rekening werd gehouden. Spijtig is dat er niet onmiddellijk werk is gemaakt van de onafhankelijke commissie die gevraagd werd door iedereen op het terrein, o.a. de advocaten en diverse organisaties die zich het lot van de mensen zonder papieren aantrekken. We dringen er dan ook bij minister Turtelboom op aan om deze commissie zo snel mogelijk te installeren.
Verder voorziet het regeerakkoord nog in enkele aanpassingen inzake de migratie, o.m. inzake staatlozen, die in de toekomst erkend zullen worden door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen en op deze basis meteen een verblijfsrecht krijgen. Asielzoekers mogen volgens de nieuwe regels zes maanden na het indienen van hun aanvraag gedurende de rest van hun procedure werken.
Wat betreft de gesloten centra betreuren we uiteraard dat het regeerakkoord geen komaf heeft gemaakt met de opsluiting van kinderen. Desondanks heeft de beweging tegen de opsluiting van kinderen zonder papieren succes geboekt op dit vlak: gezinnen met kinderen kunnen in afwachting van hun uitwijzing nog slechts zeer uitzonderlijk opgesloten worden in gesloten centra, er worden specifieke opvangmogelijkheden voor hen voorzien en de kinderen kunnen intussen school blijven lopen. Verder beklemtoont het regeerakkoord dat de wettelijke beperking van de opsluiting tot twee maanden strikt zal worden toegepast.
De opvallendste wijziging inzake de nationaliteit is dat pas na vijf (i.p.v. drie) jaar legaal verblijf de naturalisatie kan toegekend worden.
Ondanks enkele negatieve aspecten kunnen we besluiten dat het regeerakkoord m.b.t. de migratie een vooruitgang betekent ten opzichte van de bestaande praktijk. De reële problemen worden niet langer onder de mat geschoven maar aangepakt.
Alleszins verwachten we dat de bepalingen van het regeerakkoord onmiddellijk toegepast worden en dat er geen uitwijzingen meer gebeuren van mensen die op basis van dit akkoord verblijfsrecht kunnen krijgen.

X
F
E
E
D

B
A
C
K