erdogan peter edel

27/8/2014 –  Nog een paar dagen en Recep Tayyip Erdoğan is officieel de twaalfde president van de Turkse Republiek. Dat belooft wat, want in tegenstelling tot zijn voorgangers zal hij iedere bevoegdheid grijpen die de grondwet hem toestaat.

Het ideaal van Erdoğan is een presidentieel systeem, waarmee hij machtiger wordt dan een president van de VS. Dat gaat niet zonder een grondwetswijziging, waar een tweederde meerderheid in het parlement voor nodig is die Erdoğans Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) momenteel niet heeft.

Erdoğan hoopt dat de komende parlementsverkiezingen daar verandering in gaan brengen. Alleen is de populariteit van de AKP voor een belangrijk deel gebaseerd op zijn charisma. Nu hij niet meer verkiesbaar is, staat zijn opvolger voor een zware taak.

Davutoğlu

Die opvolger heet Ahmet Davutoğlu. Als minister van Buitenlandse Zaken drukte hij zijn stempel op het buitenlandbeleid van Turkije. Daar dacht hij al over na toen de AKP nog niet eens opgericht was. In het boek Strategische Diepte formuleerde Davutoğlu destijds zijn opvattingen over een uitbreiding van de Turkse invloedssfeer.

Onder zijn ministerschap vormden die opvattingen de basis van een beleid dat neo-Ottomanisme werd gedoopt, al is panislamisme wellicht de betere term. Met Davutoğlu als Buitenlandminister streefde Turkije naar optimale betrekkingen met de buurlanden. Davutoğlu kreeg er veel handen mee op elkaar en de invloed van Turkije groeide snel.

Het feest duurde niet lang, want het zero-conflictsprookje strandde door de sektarische hardnekkigheid van de AKP in het Syrische wespennest, waarna Turkije met vrijwel alle landen in de regio conflicten kreeg. Davutoğlu was daar in de eerste plaats verantwoordelijk voor en werd zo de minst succesvolle minister in Erdoğans regering. Zijn naam werd niet genoemd tijdens het corruptieschandaal, maar daarmee hebben we de pluspunten wel gehad.

Doet er niet toe voor de sultanachtige ambities van Erdoğan. Hij wil een grootvizier op wie hij kan bouwen. Dat kan hij met Davutoğlu, die bijvoorbeeld al verklaarde de ‘operatie’ tegen volgelingen van imam Fethullah Gülen in de Turkse staat voort te zullen zetten. Grote eer voor Davutoğlu natuurlijk. Maar zijn voorganger laat hem een to do list na om steil van achterover te slaan. Ik noem drie belangrijke punten.

IS

De gijzeling van het personeel van het Turkse consulaat in het Irakese Mosul door de Islamitische staat (IS) duurt ondertussen al meer dan twee maanden, en al ongeveer even lang is in Turkije een verbod van kracht om hierover te publiceren. Om de gijzelaars niet in gevaar te brengen, heet het.

Hetzelfde argument wordt genoemd bij de terughoudendheid van de AKP om de IS als een terroristische organisatie aan te merken. Kan zijn, maar toen al-Nusra, waaruit de IS voortkwam, op de Amerikaanse lijst van terroristische organisaties werd geplaatst, protesteerde Ankara luidkeels. En toen was er geen gijzelingsactie gaande. Ondanks alles wil de AKP nog steeds niet openlijk erkennen dat ook een soenniet een terrorist kan zijn. De aanwijzingen over Turkse steun aan jihadisten die vanuit Syrië de overstap naar Irak maakten, zijn niet meer te tellen en vallen nauwelijks nog te ontkennen.

Tot overmaat van ramp voor Davutoğlu sprak The Washington Post onlangs met een commandant van de IS, die “de indruk wekte dat de IS redenen kent om Turkije erkentelijk te zijn”:  “We hadden een aantal strijders – zelfs hooggeplaatste leden van de IS – die werden behandeld in Turkse ziekenhuizen. Daarnaast kwamen de strijders die zich in het begin van de oorlog bij ons voegden via Turkije. Hetzelfde geldt voor materieel en bevoorradingen.”

Dat de IS haar erkentelijkheid uitdrukte met de gijzelingsactie in Mosul, zal alles te maken hebben met het crisismanagement waar Davutoğlu toe overging toen het eindelijk tot hem doordrong dat al-Assad voorlopig aanblijft in Syrië. Door dat nieuwe beleid zou het voor IS-strijders nu een stuk moeilijker zijn om de Turks-Syrische grens te passeren. Daar zijn ze bij de IS uiteraard niet blij mee, met alle gevolgen van dien.

Het is de vraag of Davutoğlu de gijzelaars op korte termijn vrij kan krijgen. Lukt hem dat, dan zal dat prestige opleveren dat hij goed kan gebruiken bij de parlementsverkiezingen. De IS zal echter zeker een tegenprestatie eisen.

Economie

De crisis in Irak is funest voor de Turkse economie. Tot dit jaar was Irak na Duitsland de belangrijkste exportbestemming voor Turkse producten. Sinds de IS aan het spoken is in Irak, liep die export fors terug. Een stevige aderlating op een vervelend moment, want er steken meer zorgen de kop op over de Turkse economie.

De tijd waarin emerging economies explosief konden groeien, is om te beginnen vrijwel voorbij. Daarnaast dreigt de stroom geld naar Turkije uit het buitenland op te drogen omdat investeerders terughoudend worden door binnenlandse politieke spanningen en crisissituaties in aangrenzende landen. Kredietbeoordelaars Moody’s en Fitch raken zo negatief gestemd, wat bij de AKP tot een verontwaardigde reactie leidde. Erdoğan noemde Moody’s en Fitch al eens dienaren van de ‘interest lobby’, die het volgens hem ook gedaan had tijdens het Geziparkprotest.

Economieminister Nihat Zeybekci gooide extra olie op het vuur: “Je moet blind zijn om de intenties van Fitch niet te herkennen,” twitterde hij. Over Moody’s zei hij: “De regering weet waar deze instelling voor werkt.”  Volgens Zeybeci is Moody’s verontrust dat “Turkije minder rente zal betalen en daarmee minder afhankelijk van ‘bepaalde kringen’ wordt”.

Om maar weer eens de samenzweringstoer op te gaan is verre van slim. Buitenlandse investeerders worden daar niet door gerustgesteld. Maar uiteraard moet iemand er de schuld van krijgen dat het economische wonder van Turkije een zorgenkindje dreigt te baren. Want de groei neemt af, de lira devalueert en de inflatie loopt op. Het tekort op de handelsbalans, sowieso een chronische aandoening van de Turkse economie, kan alleen met goudexport worden verlaagd.

Daar komt bij dat de ballon van de bouwsector haar maximale omtrek nadert. Is dat punt eenmaal bereikt, dan gaan zich bepaalde zaken wreken. Bijvoorbeeld dat de regering naliet om de industrie te stimuleren in de richting van hoogwaardige, voor export geschikte producten.

Kortom, aan de Turkse economie gaat Davutoğlu nog een hele kluif krijgen. Dat weet hij natuurlijk donders goed. Vandaar de verwachting dat vicepremier en economiedirigent Ali Babacan op zijn positie blijft in de regering. Eventjes leek het erop dat Babacan vervangen zou worden door Erdoğans adviseur, de samenzweringsmalloot Yiğit Bulut. De antiwesterse fratsen van Bulut, die voor een isolationistische politiek pleit, joeg buitenlandse financiële markten al snel de stuipen op het lijf. Babacan is geen favoriet van Erdoğan, maar wel een van de meest rationele AKP-ministers. Bulut trachtte nog om Babacan via de Gülenbeweging in diskrediet te brengen, maar die poging mocht niet baten.

Vredesproces

Last but not least is er het vredesproces met de Koerden. De stemming daarover is positief, maar vrede is er nog niet. Op 7 augustus jongstleden werden ondanks de wapenstilstand drie PKK-strijders doodgeschoten. En in de Koerdische hoofdstad Diyarbakir brak geweld uit toen een monument voor PKK-oprichter Mahsun Korkmaz werd neergehaald.

Het ligt er maar aan hoe ver Davutoğlu wil gaan. Uitbreiding van culturele rechten is mooi en de AKP heeft op dat vlak zeker ook al iets bereikt. Maar doet dat er nog veel toe nu de Koerden in Turkije gestimuleerd worden door de realistische mogelijkheid van een onafhankelijk Koerdistan in Noord-Irak? Bovendien kan de PKK, sinds die in Irak tegen de IS vecht, (meer) steun van de VS verwachten. Daarmee zijn omstandigheden ontstaan waarin de Koerden heel goed meer zouden kunnen eisen dan culturele autonomie.

Een AKP-medestander schreef onlangs: “Samen met de Koerden gaan we er iets moois van maken.” Klinkt aardig, maar veel Koerden zullen er vooral zelf iets moois van willen maken, zonder wat voor Turk dan ook. Dat wil zeggen, politieke autonomie, eventueel via decentralisatie van bestuur. Het is aan Davutoğlu om die stap te nemen. Doet hij dat, dan schrijft hij geschiedenis.

De IS, economie en het Koerdische vredesproces zijn niet de enige zware kwesties van het moment. Het snel groeiende probleem van de Syrische vluchtelingen en het ten dode opgeschreven EU-toetredingsproces mogen er bijvoorbeeld ook zijn. Veel succes, meneer Davutoğlu.

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (2012, uitgeverij EPO, Antwerpen)

Gepubliceerd door dewereldmorgen

 

 

X
F
E
E
D

B
A
C
K