De Minister van Buitenlandse Zaken

Directie West en Midden Europa, Bezuidenhoutseweg 67 – 2594 AC Den Haag, Postbus 20061, Nederland, www.minbuza.nl
Contactpersoon
T 070-3484080, F 070-3486233, [email protected]

Onze Referentie : DWM-379/10
Uw Referentie : 2010Z09569
Bijlage(n) 2

Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag

Datum 9 juli 2010

Betreft Beantwoording vragen van het lid Van Bommel over het lot van Koerdische kinderen in gevangenissen in Turkije.

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van Bommel over het lot van Koerdische kinderen in gevangenissen in Turkije. Deze vragen werden ingezonden op 18 juni 2010 met kenmerk 2010Z09569.

De Minister van Buitenlandse Zaken, 

Drs. M.J.M. Verhagen
 
 
Antwoorden van de heer Verhagen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Bommel (SP) over het lot van Koerdische kinderen in gevangenissen in Turkije. (Ingezonden 18 juni 2010)

Vraag 1
Is het waar dat de Turkse regering beloofd had dat de Wet Bestrijding Terreur na mei van dit jaar niet langer van toepassing op kinderen zou zijn, maar dat de wet nog steeds van kracht is? 1)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Herinnert u zich uw uitspraak dat u zult blijven aandringen op “redelijker toepassing” van deze wetgeving? 2) Deelt u, mede in het licht van de zomersluiting van het Turkse parlement, de mening dat spoed is geboden dat de Turkse regering de toepassing van deze wet voor kinderen intrekt? Indien nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen onderneemt u hierin?

Vraag 3
Deelt u de analyse dat de gevangen genomen kinderen zullen radicaliseren en dat dat een zeer ongewenst resultaat van deze wet is? 3)

Antwoord op vragen 2 en 3
Genoemde straffen zijn, zoals ik de Kamer eerder heb geïnformeerd, het gevolg van een amendering van de Anti-Terrorismewet in 2006, waarbij jongeren, in de leeftijdscategorie van 15 tot 18 jaar, als volwassenen veroordeeld kunnen worden. Momenteel krijgt deze Anti-Terrorismewet in Turkije voorrang boven het VN Verdrag voor de Rechten van het Kind. De Europese Commissie en EU-lidstaten hebben eerder al, onder meer op dit punt, kritiek geleverd op de Turkse anti-terrorismewetgeving. Zo is aangedrongen op een redelijker toepassing van deze wetgeving, met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel.

Mede in dit licht heeft de Turkse regering benadrukt prioriteit te zullen geven aan amendering van de bewuste wetgeving. Volgens laatste berichten is de parlementaire behandeling in de tweede week van juli voorzien. Afgewacht moet worden of dit daadwerkelijk gaat lukken.

Vraag 4
Deelt u de mening dat de Koerdische kwestie met grotere urgentie op de agenda van de toetredingsbesprekingen met de EU zou moeten komen teneinde deze en andere voortdurende mensenrechtenschendingen in Turkije te doen beëindigen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord
Verbetering van de sociale, economische, culturele en politieke rechten van de Koerdische minderheid in Turkije is voor de Nederlandse regering een belangrijke prioriteit. Daarom zal Nederland zowel bilateraal als via de EU het belang hiervan aan de orde blijven stellen. De Nederlandse Ambassade in Ankara volgt de ontwikkelingen, mede om die reden, op de voet. 

1) Trouw, 17 juni 2010: “Turkije laat ‘eigen’ kinderen aan lot over”
2) Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar nr. 2996, zie antwoord op vragen 2 t/m 5
3) Tijdschrift voor de rechten van het kind. Uitgave Defence for Children. Turkije kweekt minderjarige militanten, Right!

F
E
E
D

B
A
C
K