marc-hendrickx-geert-bourgeois

Schriftelijke vraag

van Marc Hendrickx

datum: 2 december 2016

 

aan Geert Bourgeois

Minister-President van de Vlaamse Regering, Vlaams Minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed

 

Koerdische beweging in België  –  Uitlatingen Turkse president

Bij de pro-Erdoganbetoging van 17 november ll. begaven enkele tientallen heethoofden zich na de mars naar het Koerdisch Instituut België (KIB), gevestigd in Sint-Joost-ten-Node. Naast een aantal doodsbedreigingen die werden geuit, werd er ook getracht brand te stichten. Dat deze feiten zich voordoen één dag nadat de Turkse president België aanwees als ‘centrum voor PKK-militanten en coupplegers,’ lijkt dan ook geen toeval.

Het KIB vertegenwoordigt de ruime democratische Koerdische beweging en is een legitieme organisatie. In die zin is het uiterst zorgelijk dat zij zo wordt geviseerd, zeker als dit wordt aangezwengeld door een buitenlands staatshoofd.

  1. In hoeverre acht de minister een duidelijke repliek op de beschuldigingen door president Erdogan aan het adres van ons land wenselijk dan wel noodzakelijk? Werd hierover overleg gepleegd met de federale overheid?
  2. Op welke manier waakt Vlaanderen erover dat het geweldloze Koerdische streven in ons land vrijelijk kan worden beleden, zonder angst voor intimidatie?

 

Antwoord van Geert Bourgeois

Minister-President van de Vlaamse Regering, Vlaams Minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed

op vraag nr. 97 van 2 december 2016

van Marc Hendrickx   

 

  1. Het Koerdisch Instituut, gevestigd in de Brusselse gemeente Sint-Joost-Ten-Node, speelt sinds 1978 een belangrijke rol in de integratie van de Koerdische gemeenschap in onze samenleving. Het instituut is erkend door en krijgt steun van Vlaanderen.

Het klopt dat in de marge van de grote Koerdische betoging in november jl. men geprobeerd heeft brand te stichten aan het Koerdisch Instituut. Dit is mislukt en de schade beperkte zich gelukkig tot een gebroken ruit. De politie kwam ter plaatse, maar de groep was ondertussen verdwenen. Er zijn dus geen aanhoudingen verricht. Er is op basis van camerabeelden een politieonderzoek gestart. Ik hoop dat dit resultaat oplevert.      

Op de eerdere beschuldigingen van de Turkse president als zou België een centrum van de PKK zou zijn, is wel degelijk gereageerd. Premier Michiel noemde in de pers deze uitspraken ‘leugenachtig’ en ‘lasterlijk’.

Ik ben zeer bezorgd over een mogelijk escalatie – ook in ons land – van dit conflict en betreur dat de Turkse president dit aanwakkert. Ik heb dan ook onmiddellijk gereageerd toen na de mislukte staatsgreep in Turkije in Vlaanderen vermeende Gülen-aanhangers werden bedreigd en beledigd. Ik verwijs daarvoor naar mijn antwoord op 4 oktober jl. op de vraag om uitleg nr. 2584 van collega Verstreken over de relaties tussen Vlaanderen en Turkije na de mislukte staatsgreep op president Erdogan.

Overigens heb ik begin september 2016 aan de federale regering laten weten dat de Vlaamse regering wou dat de EU het signaal gaf dat ze niet wenste dat Turkije zich inmengde in binnenlandse zaken van de lidstaten. De federale regering zat op dezelfde lijn en heeft deze boodschap ook uitgedragen. Het punt werd door de EU opgepikt.

  1. Ik reken op de federale overheid om in het bijzonder de integriteit van het Koerdisch Instituut te beschermen en de grondwettelijke rechten en vrijheden te garanderen voor de Koerden en andere minderheden in ons land.

Meer algemeen verwijs ik verder naar mijn antwoord op uw schriftelijke vraag nr. 93 van 25 november jl. over het thema ‘Situatie Turkije – Koerden’.

Ik vond het tenslotte zeer belangrijk dat de burgemeester van Sint-Joost-Ten-Node, zelf een zoon van Turkse immigranten, zonder omwegen de poging tot aanslag in zijn gemeente heeft veroordeeld.

X
F
E
E
D

B
A
C
K