De mededeling, op maandag 11 november, betrof het opzetten van overgangsregeringen in drie districten het noorden van Syrië – Kobanê, Cizirê en Efrin – die onder de controle staan van de ‘Hoge Koerdische Raad’, een parapluorganisatie waarin alle Koerdische partijen vertegenwoordigd zijn, maar waarin de PYD, als grootste Koerdische partij, wel een overwicht heeft.

Deze overgangsadministratie werd zeer afkeurend onthaald door zowel de Turkse regering als de semiautonome regionale Koerdische regering (KRG) in Irak, onder leiding van Masoud Barzanî. De afgelopen jaren zijn Barzanî’s KDP, de Koerdische Democratische Partij, en de Turkse regering aangevoerd door premier Erdoğan steeds meer naar elkaar toegegroeid, vooral vanwege gedeelde economische belangen en hun gelijkaardig ideologisch conservatisme. Daarenboven is Barzanî voor de Turkse staat een zeer welkom alternatief op Abdullah Öcalan als symbolisch leider van de Koerden.

De entente tussen beiden kampen kwam in het weekend van 16 en 17 november tot een hoogtepunt toen Barzanî officieel in Diyarbakir, de hoofdstad van Noord-Koerdistan (Turkije), door Erdoğan werd ontvangen. Een enorme premature verkiezingsstunt – in 2014 vinden er lokale en presidentiële verkiezingen plaats – mede door de muzikale omkadering van Şivan Perwer, ooit een legendarische Koerdische verzetszanger. Zowel Erdoğan als Barzanî bekijken de groei van de PYD in Rojava met argusogen. Barzani zou liever de KDP-gezinde Koerdische partijen, verzameld in deKurdish National Council’, aan macht zien winnen. Iets waar Erdoğan ook mee zou kunnen leven hoewel hij zich tegen elke vorm van Koerdische autonomie verzet.

Muslim reageerde vrijdag in de senaat, op een conferentie georganiseerd door te stellen dat zij geen toelating nodig hebben voor autonomie en dat “we dit doen om niet zonder voedsel of olie te vallen. Niemand hoeft zich bedreigd te voelen als we orde willen voor ons volk. Jammer genoeg schilderen ze ons af alsof we tegen het Turkse en Koerdische volk zijn.” Verder benadrukte Muslim dat zijn partij bereid is om opnieuw in dialoog te treden met Turkije.

“Turkije is onze buur en natuurlijk willen we goede relaties met hen, als zij onze grondrechten respecteren. Maar Turkije heeft veel moeite gedaan om de vertegenwoordiging van de Koerden in de Syrische oppositie te hinderen. Turkije is nog steeds een actieve supporter van extremistische groepen, aan de zijde van Saoedi-Arabië en Qatar. Zonder hulp van deze landen, zouden de extremisten nog geen week kunnen overleven tegen de Koerden. Turkije bracht bendes binnen vanuit verschillende landen en financierde hen opdat we ons niet zouden bevrijden van het Baath-regime. Willen we goede relaties kunnen opbouwen met Turkije, moet Ankara stoppen met het steunen van terroristische islamitische groepen en fanatieke Arabische nationalisten, stoppen met het bedreigen van de inwoners van Rojava en de grens tussen de Koerden langs beide zijden openen. Dit is ook belangrijk voor de lopende vredesonderhandelingen in Turkije. Onze broeders (en zusters, nvdr.) in Noord-Koerdistan zullen niet gelukkig zijn als je ons probeert te doden.”

Syrië heeft altijd al een speciale relatie gehad met Turkije, stelde Doğan Özgüden – hoofdredacteur van Info-Türk en veroordeeld tot meer dan 300 jaar gevangenis in zijn geboorteland. Het was de plaats waar duizenden Armeniërs in de woestijn van Deir ez-Zor  omkwamen tijdens de eerste moderne genocide in 1915. Het was ook lange tijd het enige toevluchtsoord voor de vele dissidenten –links, Koerdisch, Armeens, Alevi, … – die de Turkse staat de afgelopen decennia heeft gecreëerd. Daarenboven was het in Syrië waar Abdullah Öcalan onderdook, om later onder druk van Turkije verraden te worden. Met andere woorden, Ankara heeft een lange geschiedenis va diplomatie inmenging in Syrië en het valt niet te verwachten dat de Turkse staat niet zal proberen meer dan haar graantje mee te pikken van de burgeroorlog bij haar zuiderbuur.

Volgens Muslim is de PYD, samen met haar bondgenoten, bezig aan het opbouwen van democratische structuren in Rojava, een moeilijk proces waarbij soms harde keuzes moeten gemaakt worden. Het is echter absurd, aldus de voorzitter van de PYD, dat buitenlandse machten menen het recht te hebben zich met deze interne aangelegenheid te kunnen bemoeien. Zeker wanneer deze bemoeienis zich vertaalt in steun aan salafistische bendes. Iets wat eerder op de namiddag ook Ludo De Brabander, stafmedewerker van Vrede vzw, bevestigde. Hij wees daarbij eveneens op de dubieuze en onderbelichte rol van Frankrijk, dat zou azen op een grote wapendeal met Saoedi-Arabië, rond de 200 miljoen dollar. Het is amper nog een geheim dat Saoedi-Arabië wapens levert aan extremistische rebellen in Syrië.

Over de strijd tegen Al-Nusra, de Islamic State of Iraq and Al-Sham en consorten zei Muslim nog: “In het gevecht tegen deze aan Al-Qaeda gelinkte terroristische groeperingen zijn de Koerdische strijders effectiever dan de VS en de EU-landen. De Koerdische YPG (volksverdedigingseenheden) ruimde deze criminele elementen minder dan een jaar geleden op in de Koerdische regio.” Bij die acties kwamen tussen 2000 en 3000 salafistische strijders om, 250 tegen burgers en leden van de YPG.

Zowel Muslim als De Brabander maakte de vergelijking met de oorlog in Bosnië begin jaren ’90, toen honderden buitenlandse jongeren naar de Balkan trokken om een zogenaamde ‘Heilige Oorlog’ uit te vechten.

“Enkele duizenden Islamitische bendes zijn naar Bosnië overgebracht en zijn er later weer uit gesmeten, nadat ze opgebruikt waren. Het zijn niet de islamitische extremisten die in Syrië strijden; het zijn Turkije, Saoedi-Arabië, Qatar, Iran, Rusland, Frankrijk en de VSA die de oorlog leiden. Deze blinde jongeren worden gewoon gebruikt in een brutale oorlog met brutale motieven tegen de mensheid. Waarom moeten Koerden het slachtoffer zijn van deze brutale bedoelingen in een smerige oorlog? Iedereen moet begrijpen dat, zonder respect voor de Koerden en hun toekomst, er geen vrede en stabiliteit zal zijn in het Midden-Oosten.”

De eerste spreker van de namiddag was Khaled Issa, lid van de PYD en ondervoorzitter van het ‘National Coordination Committee for Democratic Change’, die de pacifistische en linkse oppositie in Syrië vertegenwoordigt. Hij wees erop dat het democratisch project in Rojava alle leden van de bevolking tracht te betrekken, los van religie, etnie of gender. Zo is 40% van de posities in de nieuwe overgangsregering weggelegd voor vrouwen, uniek in het Midden-Oosten en zeker in een conflictsituatie zoals die in Syrië. Hij quotte erevoorzitter van de senaat Anne-Marie Lizin die poneerde dat de Koerdische vrouw het laatste baken vormt tegen extremisme in het Midden-Oosten.

Ook Rudi Vranckx bedrukte de aparte positie die het Koerdische verzet in Syrië inneemt. Vranckx liep enkele dagen mee met vrouwelijke YPG–strijders in Sheikh Maqsoud, een zwaar bevochten wijk in Aleppo. Hij ervoer de Koerdische strijders al een verademing tussen het extremistische en islamistische geweld maar vreesde wel dat het lot van de Koerden grotendeels zal afhangen van de plannen de grootmachten met Syrië.

Muslim eindige met een oproep naar de politiek en het publiek in Europa:

“De humanitaire situatie in Rojava is momenteel zeer moeilijk, zeker sinds afgelopen jaar. We leven onder een blokkade van Turkije, islamitische en Arabische fanatiekelingen en het Syrische regime. Tegelijkertijd hebben we ongeveer een half miljoen vluchtelingen uit verschillende delen van Syrië, vooral Christenen, maar ook soennitische en alawietische Arabieren. Jammer genoeg kan Koerdistan niet genieten van de zogenaamde humanitaire hulp uit het Westen. Het geld van de belastingbetalers, de Westerse humanitaire hulp inclusief wapens en militaire steun, komt terecht in de handen van islamistische groepen. De EU en het Westen zouden hun humanitaire plicht moeten nakomen en de Koerden en alle verschillende etnische en religieuze minderheden in Rojava steunen met humanitaire hulp. Terzelfdertijd moeten ze de beslissing van Rojava, alle etnische en religieuze groepen inbegrepen, voor zelfbeschikking die we onlangs afkondigde als een autonome overgangsadministratie van het volk respecteren.”

 

 

 

 

 

 

 

X
F
E
E
D

B
A
C
K